Een citaat uit De weldoener: ‘De onvolmaaktheid van de realiteit stemt hem somber. Weg is zijn geloof in hun afzondering op deze geestgronden. Beertje en hij hebben geen toekomst samen, zo maken de omstandigheden hem duidelijk. Er is alleen een heden, dat hij kan rekken en rekken, totdat het knapt. Ze zitten gevangen in een flinterdun heden dat hun gewicht niet kan dragen.’
De Weldoener
Vrij Nederland recensie - Thomése schrijft altijd een boek dat haaks staat op het vorige. Ditmaal een vervoerende roman tegen de achtergrond van Haarlem-Noord.
Zullen er, met in het achterhoofd de idiote gerechtelijke stappen tegen Lelystad-verbeelder Joris van Casteren, weldra ook gekwetste volksdelen opstaan in Haarlem-Noord? Dat deel van deze bezadigde provinciehoofdstad komt er tenslotte niet best vanaf in P.F. Thoméses nieuwe roman 'De weldoener'. In crime area number one Noord moet je bijvoorbeeld je fiets goed op slot zetten, leren we. Beter nog is: het rijwiel binnen zetten. Arbeiders en buschauffeurs huizen er, en die stinken naar zweet. De in Haarlem geboren Lou Wehry, 'H*** beroemdste componist aller tijden', die al snel naar Amsterdam uitweek, rept van 'het kleinburgerlijke vitragebolwerk Noord'. Hoofdpersoon, de componist en koordirigent Sierk Wolffensperger, wordt ook niet graag herinnerd aan zijn nederige afkomst als Theo Kiers uit de Planetenbuurt. Hij is op stand getrouwd, met een Luxemburgse barones en koos voor een naam die beter past bij zijn nieuwe status en artistieke roeping.
'Roman' staat pontificaal op 'De weldoener', Thomése duidt Haarlem niet zomaar aan met 'H***' en z'n 'Noord' lijkt niet op het huidige Haarlem-Noord waar jonge Amsterdamse tweeverdieners en masse heen trekken. Evenmin op het vroegere Noord, dat een diffuus woongebied was, vol slechte én goede buurten. Sierks weerzin tegen de Planetenwijk heeft dan ook meer te maken met degene aan wie 'De weldoener' opgedragen is: 'In memoriam Louis Ferron (1943-2005), mijn gids in het schimmenrijk van H***'.
Ferron koesterde, weten we, een levenslange hekel aan de Haarlemse Bomenbuurt waar hij vandaan kwam. 'Een jongen van de Bomenbuurt' noemde hij zich en daar zat alle neerdrukkend besef van latere echec in. Voor een dubbeltje geboren, immers. Thomése verdicht dat gegeven tot de Planetenbuurt, een schikking die vanzelf de associatie oproept met een tweederangscomponist als Gustav Holst (The Planets). Even geraffineerd, want vrijelijk (waarmee hij niet in de valkuil van de sleutelroman belandt) springt hij om met andere figuren die nu eenmaal horen bij een ultieme 'Haarlemse' kunstenaarsroman. Zo lijkt Lou Wehry als persoon en levende mythe gemodelleerd naar Harry Mulisch, maar stamt hij uit een beroemde Haarlemse muzikale familie als die van Bach-kenner Paul Witteman. Sierks groezelige gevoelens van almacht bij het vermoedelijk minderjarige, labiele meisje doen denken aan de in Haarlem opgegroeide Geerten Meijsing ('Dood meisje'). Evenals de 'Caeciliasteeg' waar hij steeds doorheen banjert.
Lees hier de volledige recensie van Vrij Nederland.
- 0x aangeraden
- 0x afgeraden
- 1x gewenst
- 1x nu aan het lezen
- 231 keer gelezen




