Haïti, de parel van de Antillen, aan het eind van de achttiende eeuw. Hier komt voor het eerst de zwarte bevolking in opstand tegen de slavernij. Hier wordt de eerste onafhankeljke zwarte staat gesticht.
En hier begint de nieuwe roman van Isabel Allende. Dit is de achtergrond waartegen zij het verhaal vertelt van een slavin die haar vrijheid vindt door het lot in eigen handen te nemen.
Het eiland onder de zee is het verhaal van Zarité, een Caribische vrouw in de achttiende eeuw, die op haar negende als slavin wordt verkocht aan de Fransman Toulouse Valmorain, de eigenaar van een van de grootste suikerplantages op Haïti. Ze werkt voor zijn twee echtgenotes, verzorgt zijn zoontjes en wordt concubine.
Als de slaven in opstand komen tegen hun onderdrukkers, kan Zanité zich ontdoen van het juk van haar meester, maar omwille van zijn kinderen helpt ze Valmorain het eiland te ontvluchten. Ze doen eerst het levendige Havana aan, om zich vervolgens in het opbloeiende New Orleans te vestigen. Hier zal Zarité de liefde vinden en de weg vrijmaken voor het geluk waarnaar ze zo lang heeft verlangd.


