BoekenBuzz Recensie - Joris Luyendijk liep een maand rond in de fascinerende en verbijsterende, beklemmende wereld van de Haagse politiek. Je hebt het niet van mij maar is zijn verslag.
Je hebt het niet van mij, maar…
VPRO Recensie - Joris Luyendijk ontleedt in zijn nieuwste boek Je hebt het niet van mij, maar... op magnifieke wijze de dans om de macht in politiek Den Haag.
Je hebt het niet van mij, maar... van Joris Luyendijk (39) is een even humoristisch als ontluisterend kijkje in de vaderlandse politiek. In honderd pagina’s ontsluiert hij de hechte omstrengeling van de vier belangrijkste ‘stammen’ die het politieke krachtenveld bepalen: lobbyisten, voorlichters, journalisten en politici. ‘De vierkante kilometer rond het Binnenhof is een bikkelharde wereld die van deals en dilemma’s aan elkaar hangt,’ stelt hij. Vertrouwde kost voor de NRC-journalist, die in 2006 applaus en kritiek oogstte met zijn bestseller Het zijn net mensen, over de beeldvorming rond het Midden-Oosten in de media.
Het boekje werd geschreven in opdracht van het Haagse perscentrum Nieuwspoort, dat jaarlijks een zogenaamde rapporteur uitnodigt om de verhoudingen tussen politici, journalisten en voorlichters in kaart te brengen. Het Binnenhof is een markt waar informatie wordt geruild en gegund, besefte Luyendijk al snel. En dan moet je soms creatief zijn. ‘De kopieerapparaten in dit gebouw herinneren zich de laatste kopie. Daarom drukt iedereen hier voortdurend op de startknop, in de hoop dat er iets naar boven komt.’
Het publiek ziet op televisie vooral de jacht op nieuws in de wandelgangen rond de Tweede Kamer, door insiders de ‘tippelzone’ genoemd. Maar om het politieke spel achter de schermen te doorgronden besloot de afgestudeerde antropoloog zich te concentreren op Nieuwspoort, waar iedereen die zijn geld verdient met politiek ‘zijn schild laat zakken’. De sociëteit is alleen toegankelijk met een pasje, en geluids- en video-opnamen zijn verboden. Maar de borrelaars weten zich vooral beschermd door de ongeschreven regels van de ‘Nieuwspoortcode’, die door sommigen wordt verstaan als een taboe om te publiceren wat er besproken wordt. Luyendijk sprak af dat hij alles mocht gebruiken wat hem werd toevertrouwd, maar zijn bron alleen zou noemen als die dat zelf wilde. Dat lukte in alle gevallen. Tijdens zijn vier weken ‘veldwerk’ viel hij van de ene verbazing in de andere.
Eyeopener
‘De grootste eyeopener was dat lobbyisten beweerden dat ze negentig procent van hun geld en energie steken in Brussel en in contact met ambtenaren, omdat daar de macht ligt, terwijl journalisten negentig procent van hun geld en energie steken in de politici hier. Ik had wel twee, drie dagen nodig om te beseffen wat dat eigenlijk inhoudt, namelijk dat je als Haagse journalistiek een zijspoor aan het volgen bent en negentig procent van het verhaal mist. Dat is wel begrijpelijk: het is ambtenaren verboden om met journalisten te praten, omdat de minister verantwoordelijk is voor wat zij doen. En Brussel is zo ingewikkeld en complex. Om te doorgronden wat daar gebeurt moet je de journalistiek helemaal anders organiseren.’
Wie het eerst de beste informatie heeft, stijgt in de Haagse hiërarchie, aldus Luyendijk. In die wedloop eindigen Kamerleden vaak als laatste. ‘Het idee is dat Kamerleden een soort early warning system hebben van mensen in het land die hen wijzen op belangrijke kwesties. Maar de meeste Kamervragen verwijzen naar berichten in de media. Dus je hebt de fictie dat de Tweede Kamer de regering moet controleren terwijl de Tweede Kamer de media volgt, en de fictie dat de media de Tweede Kamer volgen terwijl het andersom is. Hoe dat komt? In Nederland heeft een Kamerlid slechts één medewerker. Dus waarom gaat het zo goed in Nederland als de mensen die de macht hebben van niks kunnen weten? Omdat politici de macht helemaal niet hebben! Het speelveld wordt gemarkeerd door Brussel en ons land wordt bestuurd door de ambtenarij en de lobbyisten.’
Scoops
Eén van de onzichtbare krachten in het Binnenhof is het leger lobbyisten dat probeert wetgeving te beïnvloeden, zo lezen we. ‘Lobbyisten hebben ook belang bij de fictie dat het allemaal in de politiek wordt besloten, want lobbyen doe je meestal in stilte.’ En omdat lobbyisten regelmatig afkomstig zijn uit de politiek of journalistiek, of deze functies zelfs tegelijkertijd bekleden, drijven ze vaak onopvallend mee op de golf van informatie die door Nieuwspoort stroomt. ‘Neem Frits Bolkestein, die in de jaren negentig commissaris was bij een farmaceutisch bedrijf en lobbyde bij mensen met wie hij ook als vvd-fractievoorzitter te maken had. Er bestaat geen verplicht register voor lobbyisten. En als jij op een schoolreünie een oude klasgenoot tegenkomt lopen werk en privé door elkaar en is het lastig om te zeggen: ik ben eigenlijk lobbyist. Dus als je als pers de macht wilt controleren moet je die informele kanalen zichtbaar maken.’ Daarom gaat Luyendijk met twee collega’s van NRC Next werken aan een database waarin de loopbaangegevens van journalisten, lobbyisten, voorlichters en politici worden vastgelegd.
De sfeer in Nieuwspoort beschrijft hij als ingetogen, informeel en – helaas – blank. ‘Informatie delen en gunnen gaat op basis van vertrouwen en een besef dat men jarenlang afhankelijk is van elkaar. Maar een zoon van een analfabete Turk kent die codes niet.’ Wie de codes wel subliem beheerst, is rtl-verslaggever Frits Wester. ‘Wester heeft regelmatig een primeur, en dat geldt hier als heel belangrijk. Naast hem zijn De Telegraaf en Elsevier het best geïnformeerd, zegt men. De linkse pers bestaat hier helemaal niet, linkse kranten zijn veel kleiner, zodat voorlichters hen minder scoops gunnen.’
Deals
Luyendijks collega’s van NRC Handelsblad zijn naar eigen zeggen nauwelijks te vinden in Nieuwspoort, omdat zij zich bewust onttrekken aan de ‘voor wat hoort wat’-cultuur die wordt ingegeven door de onvermijdelijke concurrentie. ‘NRC doet geen deals, dus krijgen ze niks. Een voorbeeld van zo’n deal is: een cda’er geeft je inzicht in het verloop van een controversiële partijvergadering in ruil voor dat je later een stuk schrijft waarin hij mag pleiten voor verbreding van de a2. Zichtbaarheid als beloning voor een scoop, dat doet NRC niet. Maar volgens mij zouden zij het spel ook niet meer moeten spelen en principieel moeten verklaren: wij doen geen lekken en we focussen ook veel minder op wat de poppetjes doen. Onderwerpgedreven journalistiek in plaats van procesgedreven journalistiek.’
Zijn maand in Nieuwspoort heeft Luyendijks kijk op politiek voorgoed veranderd. ‘Als ik nu een journalist trots met een geheime notitie zie zwaaien denk ik niet meer: wow, wat knap, maar: wat is daar voor onderhandeling aan vooraf gegaan? Zo iemand is voor mij niet meer de grootste held, maar de grootste hoer.’
- 0x aangeraden
- 0x afgeraden
- 0x gewenst
- 0x nu aan het lezen
- 232 keer gelezen


