In Radicale Verlichting laat Jonathan Israel zien dat de Verlichting, die de westerse samenleving zo radicaal heeft veranderd in Nederland geboren werd. Uit Nederland afkomstige en in Nederland gevestigde denkers deden Europa op zijn grondvesten trillen. Hun ideeën bepalen nog altijd ons denken. Israel brengt ze in dit boek op onnavolgbare wijze tot leven.
Radicale Verlichting
NRC recensie- Opeens was zij overal aanwezig in het publieke debat, de Verlichting. Met dank aan 9/11. De vernietiging van de Twin Towers werd niet alleen door de New Yorkers opgevat als een aanval op de westerse beschaving.
Maar waaruit bestond die beschaving precies, wat moest er tegen het moslimterrorisme worden verdedigd? Velen grepen terug op de Verlichting, als de bron van onze belangrijkste seculiere waarden. Tegelijkertijd werd zo ontdekt wat er mis was met de islam: deze had nooit een Verlichting gekend. Vandaar dat vrijheid en tolerantie, evenals de scheiding van kerk en staat, er zo’n geringe rol in speelden of zelfs totaal ontbraken.
Een half jaar vóór 9/11 was Radical Enlightenment verschenen, geschreven door de Britse, in Amerika docerende historicus Jonathan Israel. Ruimschoots op tijd om het publieke debat van feitelijke munitie te voorzien. Wat in aanleg toch vooral een onderneming voor historici was, kon daardoor betekenis krijgen voor een veel groter publiek. Een ambitieuze onderneming was het van meet af aan. Want Israel had zich voorgenomen in dit lijvige boek (dat het eerste deel van een reeks beloofde te zijn) het traditionele beeld van de Verlichting grondig op de schop te nemen.
In de geschiedschrijving van de Verlichting was het gebruikelijk geworden om allerlei nationale varianten te onderscheiden. Zo had je de Schotse en de Franse Verlichting, met elk hun eigen kleur, die weer afweek van wat er in de Republiek of in Duitsland onder Verlichting werd verstaan. Israel breekt met deze gewoonte en beklemtoont dat er wel degelijk één Europese Verlichting was geweest. Het verschil dat daarbinnen bestond had niet zozeer te maken met de natie, als wel met de tegenstelling tussen gematigdheid en radicalisme.
Ook de gematigde Verlichting, belichaamd door grote filosofen als Locke, Voltaire, Hume, Montesquieu, Rousseau en Kant, was voor vrijheid en tolerantie en tegen ‘bijgeloof’ en kerkelijke dwingelandij in het maatschappelijke en politieke leven, maar zij probeerde het met het establishment op een akkoordje te gooien. Van atheïsme of liefde voor gelijkheid, laat staan voor democratie, was geen sprake. Daarvoor moest je bij de radicale Verlichting zijn, gedragen door deïsten als Toland en Collins, een scepticus als Bayle, materialisten als d’Holbach, Helvétius en Diderot en democraten als Paine en Priestley. Hun voornaamste inspiratiebron? Dat bleek niemand minder dan Spinoza te zijn, wiens filosofie volgens Israel het meest consistente en consequente program voor een seculiere moderniteit bevat.
- 1x aangeraden
- 0x afgeraden
- 0x gewenst
- 0x nu aan het lezen
- 136 keer gelezen


