De zaak Appie Baantjer Deel 1

File 386603In memoriam A.C. (Appie) Baantjer

A.C. Baantjer (Appie), ongeëvenaard, we zullen hem missen. Jarenlang was hij een van de meest bekende schrijvers in Nederland en België. Hij legde ergens een lijk neer (of meerdere) en De Cock (met ceeooceekaa) leidde de lezer door het mysterie naar steeds een verrassend einde. Dat deed hij met veel verve met Dick Vledder aan zijn zijde. Vledder, die je trouwe lezers door de jaren hebben zien groeien van jong rechercheurtje naar een volwassen kerel. Natuurlijk moest er altijd een ruzie met commissaris Buitendam in je boeken ("Anders krijg ik boze brieven van mijn lezers," zo vertelde je ooit).

Appie, je bent er niet meer, maar je boeken zijn voor de eeuwigheid.

Hieronder volgt de een exclusief interview dat de auteur ooit met het blad Reader's Digest voerde. Het is de originele versie (met passages die nooit zijn gepubliceerd).

Het BoekenBuzz-team

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zeventig titels zijn er inmiddels verschenen van de De Cock-speurders­romans van Baantjer. Van die titels zijn in Nederland en België inmiddels bijna zeven miljoen exemplaren over de toonbank gegaan. Daar komt bij dat Baantjer ook in het buitenland verschijnt: achttien De Cock-boeken lopen in de Verenigde Staten. Ook in Duitsland, Polen, Estland, Rusland en Zuid-Korea is hij vertaald. Als je al zijn boeken rug aan rug naast elkaar legt, beslaan ze een afstand van 76 kilometer.

We spraken met de rechercheur van het politiebureau aan de Amsterdamse Warmoes­straat, die uitgroeide tot een succesauteur.   ‘Uit een grijze wolkenhemel legt een zachte druilregen zich in alle rust neer over de stad.’ Aan die zin uit De Cock en de blijde Bacchus, een detective over de moord op een oude man aan de Brouwersgracht in Amsterdam, moet ik denken als ik op een regenachtige vrijdagmiddag in oktober de straat inloop waar Appie Baantjer woont, in een nieuwbouwwijk van Medemblik.

Het contrast tussen buiten en binnen kan niet groter zijn, want als ik de deur van de moderne villa ben binnengestapt, is er alleen nog maar gezelligheid en vrolijkheid om me heen. Ook live blijkt Baantjer vol te zitten met verhalen. En bij wat hij vertelt, wijkt zijn glimlach zelden van zijn lippen. Behalve als het gaat over politie en justitie: dan wordt hij bloedserieus en blijkt er felheid en woede in hem te schuilen.
 
Onderweg hier naartoe zag ik een grote stapel De Cock’s liggen. Worden de ‘De Cock-boeken’ nog een beetje verkocht?
Baantjer:
Ja hoor! Ze beginnen altijd met 100.000 exemplaren en die zijn ze binnen een paar maanden kwijt. Het best verkochte boek is De Cock en de tranen aan de Leie, daarvan zijn er 156.000 weggegaan. Het is een ongewone De Cock, want die speelt nu eens niet in Amsterdam maar in België. Mooi boek, hoor. Ik ben er zelf wel een beetje trots op.      

Ik neem aan dat de serie Baantjer op tv geholpen heeft bij de verkoop van uw boeken.
Baantjer: Daardoor is de verkoop een kwart hoger geworden. Je moet rekenen, ze hebben die serie destijds niet voor niks Baantjer genoemd. File 386604Baantjer was tien jaar geleden ook al een begrip.     

Uw naam is een merknaam geworden.
Baantjer:
Dat zou je zo kunnen zeggen. Het Baantjer-spel verkoopt ook als een trein. (Glimlacht) Ik zeg altijd: vandaag of morgen verkopen ze onderbroeken waar ‘Baantjer’ op staat.     

Hoe gaat het schrijven in z’n werk? Ik heb gelezen dat u niet van tevoren een plan zit uit te broeden.
Baantjer:
Als ik aan een boek begin, weet ik vrijwel niks van wat er gaat gebeuren. En ik vind het zo leuk om te doen. Mensen eerst in de verkeerde richting sturen als het gaat om de vraag ‘Wie heeft het gedaan?’ De lezers een beetje bezighouden, een beetje in de luren leggen, heerlijk!      

Krijgt u veel fanmail?
Baantjer
: Ja. Mensen schrijven: ik lees uw boeken met zoveel plezier. Of ze zeggen: als ik in een dip zit of me niet lekker voel, pak ik een Baantjer.      

Die mensen krijgen dan wel onmiddellijk een lijk voorgeschoteld... 
Baantjer:
Maar het gekke is, die lijken van mij, die schijnen niet onaardig te zijn. En de dader wordt altijd gevonden.      

Door de tv-serie heb ik tegenwoordig ook veel jonge lezers, van 12, 13, 14, 15 jaar. Bijna elke week signeer ik ergens in een boekhandel, en dan zie je die jonge jongens aan je voorbijtrekken. Dat is te gek. Als jongeren me schrijven, schrijf ik bijna altijd terug. Ik wil ze stimuleren in het lezen.     
De meesten van mijn lezers zijn trouwens vrouwen. Ik zeg wel eens: heel wat vrouwen gaan met me naar bed. Niet dat ik er veel van merk, hoor.

Een vrouwenblad had eens een bijeenkomst georganiseerd met fans van mij, allemaal vrouwen. Ik zei tegen ze: Wat is er nou zo geweldig aan De Cock? Hij is niet mooi, hij ziet eruit als een wat verlopen bokser, hij kan niet goed schieten, hij duikt niet van het ene bed in het andere, hij is zo huiselijk als wat. Wat is er zo leuk aan die man? Toen zei een van die vrouwen: Hij is zo betrouwbaar. Dus wil je als man bij de vrouwen in de smaak vallen, dan hoef je niet knap te zijn, als je maar betrouwbaar bent.  

File 386605
Appie Baantjer en collega schrijver Simon de Waal bij een signeersessie

Ik hoor regelmatig dat er mensen zijn die niet willen lezen, maar een Baantjer-boek, dat pakken ze wel. Ik breng dus veel mensen aan het lezen. En dan zeg ik: als je nou een stelletje Baantjers hebt gelezen, stap dan eens over op iets dat meer inhoud heeft dan mijn vrolijke detective-romannetjes. Lezen is belangrijk. Dat tv-kijken is zo passief, je zit achterover geleund, je krijgt alle beelden keurig voor je neus gezet, maar bij lezen moet je die zwarte lettertjes in je hoofd verwerken tot beelden, je moet je voorstellingen maken. Dat is een vorm van creativiteit.  

Weet je voor wie lezen ook belangrijk is? Voor buitenlanders. Buitenlanders die de Nederlandse taal willen leren, die pakken Baantjers. Ik krijg leuke brieven van buitenlanders die zeggen: door uw schrijverij heb ik de taal goed geleerd.  

U levert een bijdrage aan de inburgering van allochtonen.
Baantjer:
Een beetje wel, ja. Je moet een buitenlander die de Nederlandse taal nog niet goed machtig is, geen Mulisch laten lezen, vind ik. Daar mag hij wel ooit aan toe komen, natuurlijk, maar laat hem maar met Baantjer beginnen. Ik schrijf makkelijke taal. Geen ingewikkelde zinnen, geen ingewikkelde woorden.   
 
Maar in uw boeken komen wel Latijnse spreuken voor.
Baantjer:
Jawel, maar dan geef ik er meteen een verklaring bij.     

Lees hier deel 2 van het interview 'De zaak Appie Baantjer'.

Deel: 1, 2, 3, 4