Karies
...
In het spoor van de Da Vinci Code: Feiten en verzinsels
Half elf ’s morgens, de uitgang van het metrostation Mabillion in Parijs. Een tiental warm geklede toeristen verzamelt zich rond een jonge Amerikaanse vrouw met lang bruin haar die een zwarte vilten hoed draagt. Iris Spencer zwaait met haar armen en haar wanten dansen als marionetten door de lucht. Ze verwelkomt de Engelstalige deelnemers aan haar rondleiding in Saint-Germain-des-Prés.
Fictie of niet
De toeristen trotseren op deze februaridag een ijzige wind om plaatsen te bezoeken uit De Da Vinci Code, de succesvolle thriller van Dan Brown waarvan ruim 60 miljoen exemplaren zijn verkocht. Het bureau waarvoor Iris werkt, Paris Walks, is een van de vijf à zes bedrijfjes die een dergelijke rondleiding in de Franse hoofdstad aanbieden. 'Wat zijn de redenen voor het succes van dit boek?' vraagt Iris, om zelf te antwoorden: 'Een mysterie! Een speurtocht!'
In het bijzonder een speurtocht naar de Heilige Graal, de legendarische kelk die door Christus tijdens het Laatste Avondmaal is gebruikt. Die speurtocht leidt tot de onthulling van een schokkend geheim. De toeristen, die uit de hele wereld komen – Australië, Engeland, VS, China, Libanon – hangen aan Iris’ lippen. Op twee na hebben ze allemaal het boek gelezen. ‘Ik heb het verslonden!’ roept een vrouw in een dikke blauwe jas. ‘En ik vond het prachtig, want het is… het is allemaal mogelijk!’
Het begin van een lange reis
Het verhaal dat zoveel enthousiasme heeft opgewekt, is fictie, zegt de schrijver zelf. Maar op de pagina met ‘Feiten’ in het boek schrijft hij: ‘Alle beschrijvingen van kunstwerken, architectuur, document en geheime rituelen in deze roman zijn accuraat.' Of we nu lezer of niet-lezer zijn, scepticus of niet, we zullen even in de voetsporen van de personages treden en met eigen ogen aanschouwen wat echt is. 'In dit boek bestrijden twee krachten elkaar,' zegt Iris, ondeugend kijkend vanonder haar zwarte hoed. 'Dat zijn de Priorij van Sion, de geheime organisatie die de Graal beschermt, en Opus Dei, de katholieke organisatie die volgens Dan Brown de Graal wil vernietigen. De held en zijn Robert Langdon, hoogleraar religieuze symboliek aan de Harvard-universiteit, en de sublieme Sophie Neveu, cryptografe bij de Parijse politie.
‘Het begon allemaal met de moord op de conservator van het Louvre, Jacques Sauniére, de beheerder van de geheime bergplaats van de Heilige Graal. Sauniére liet aanwijzingen achter die Langdon en Sophie Neveu in staat moesten stellen het raadsel op te lossen. Sauniére leidt hen naar een onzichtbaar spoor. En nu nodig ik u uit om dat spoor met mij te volgen.’
De Da Vinci Code taboe
Iris leidt de groep naar de markt van Saint Germain waar al sinds de middeleeuwen fruit, groenten, vlees en gebak worden verkocht. Ze wijst op een bronzen schijf in de grond met een doorsnede van 12 centimeter. De letters ‘N’ en ‘S’ zijn erin gegraveerd. Voor Dan Brown lijdt het geen twijfel: dit is een wegwijzer naar de ‘Oude Weg van Heilige Betekenis’, die naar de Heilige Graal leidt. ‘Oude Weg’? ‘Heilige Betekenis’? Iris vertelt ons dat het in werkelijk de Parijse nulmeridaan is, die in Lodewijk XIV werd gedacht als referentiepunt. Aan de hand van de meridiaan konden wereldreizigers hun poisitie op de aarde bepalen, in elk geval tot aan 1884, toen de Engelse Greenwich-meridiaan de standaard werd. Het medaillon, waarvan de letters naar noord en zuid verzwijzen, is een van de 135 stuks die nog maar elf jaar geleden in het wegdek zijn aangebracht.
Enkele leden van de groep kijken elkaar veelbetekenend aan. We volgen Iris door een steegje naar de imposante Saint-Sulpicekerk. In De Da Vince Code zegt de auteur dat de Parijse Meridiaan recht daarheen leidt. In werkelijkheid zit er tien meter tussen. We krijgen een idee van wat de Parijse gelovigen van het boek vinden als Iris ons waarschuwt: ‘Deze kerk verdeist ons grootste respect. Niet iedereen stelt de roman op prijs. Eenmaal binnen, spreek ik niet meer van De Da Vince Code, maar van “het boek”, en zeg ik “DB” in plaats van Dan Brown.’
De Saint-Sulpice, bijna even groot als de Notre Dame, is een stijlvolle kerk met veel licht dat door de witte gebrandschilderde ruiten in het schip naar binnen valt, Jean-Jacques Olier, de pastoor die in de 17de eeuw met de bouw begon, wilde dat de kerk 'licht wierp op het mysterie' van zijn religie. Dan Brown daarentegen koos er voor om deze kerk tot locatie van obscure praktijken en moord te maken. Binnen verzamelen we ons rondom een tegel in de vloer. Deze tegel is iets lichter gekleurd dan de andere. Hier beging de weerzinwekkende monnik Silas, fanatiek lid van Opus Dei, de tweede moord van de roman. Silas is ervan overtuigd dat hij de Heilige Graal heeft gevonden. Het middelpunt van zijn bestaan is binnen bereik, daar onder die tegel! Hij slaat hem kapot en vindt een holte met een steen waarin gegraveerd is: 'Boek Job, hoofdstuk 38, vers II', De bijbel op de gouden lessenaar bij het grote altaar biedt hem uitkomst. Vers 11 bestaat uit een zin:
'Tot hiertoe zult gij komen, en niet verder,' Woedend pakt Silas een bronzen kandelaar en slaat daarmee de schedel in van de arme zuster Sandrine Bieil, de beheerder van de kerk.
Aandacht tegen wil en dank
Wat de leider s van het echte Opus Dei ook van de enorme publiciteit mogen denken die het gevolg is van het succes van De Da Vinci Code , ze zullen vast niet blij zijn met het verhaal van de roman waarin hun organisatie wordt 'gedemoniseerd ', Opus Dei (Latijn voor 'Gods werk') behoort met zijn 85.000 leden tot de katholieke kerk en werkt rechtstreeks met de paus. De organisatie is nogal controversieel en wordt door haar tegenstanders vaak 'de heilige mama' genoemd. Opus Dei ziet als zijn missie "de verbreiding van de universele oproep tot heiligheid'. Heel anders dan het beeld dat Dan Brown van de organisatie schetst. Wat de Priorij van Sion betreft: het 'bewijs' dat die al sinds het jaar 1099 bestaat, is volgens de Franse journalisten Marie-France Etchegoin en Frederic Lenoir gebaseerd op valse documenten. In Da Vinci Code: l'enquete (Editions Robert Lafont, 2004) laten ze zien dat de Priorij is ontstaan in...1956.
Gefascineerd door de verwijzingen in het boek naar de Saint-Sulpice, ging ik later terug om met Paul Roumanet, de pastoor, te praten. De pastoor, een vriendelijke man met een zachte stem, zegt dat hij eraan gewend is geraakt de absurdste vragen te beantwoorden. Nee. de letters 'PS' op sommige gebrandschilderde ruiten betekenen niet 'Priorij van Sion', maar 'Sint Petrus'. Nee, de obelisk in de noordelijke dwarsbeuk is niet van heidense Egyptische oorsprong. Het is een gnomon, een wetenschappelijk instrument dat in 1743 door astronomen is geïnstalleerd om de draaiing van de aarde en de datum van de voorjaarsequinox exact te berekenen. 'En die kandelaar die door Silas gebruikt zou zijn is zo zwaar dat je drie man nodig hebt om hem van zijn plaats te krijgen,' zegt hij met een glimlach. Op een bord aan de muur, bij de gnomon, staat te lezen: 'In tegenstelling tot hetgeen in een recente bestseller wordt beweerd, is de Saint–Sulpice geen vroegere heidense tempel die aan de godin Isis was gewijd. Op deze plaats heeft nooit zo'n gebouw gestaan, ..'Niettemin is sinds de verschijning van het boek het aantal bezoekers per jaar van 100.000 tot 700.000 gestegen.
De magie voorbij
Als we Iris naar buiten volgen, haalt een van de leden van de groep, een Amerikaan van middelbare leeftijd met een honkbalpet, zijn schouders op en zegt : 'Misschien schuilt er enige waarheid in dat boek, maar wat maakt het uit? Het is toch een roman? Ik vind het vooral prachtig om hier in het centrum van Parijs te zijn, waar wandelen een genot is.' Iris is het daarmee eens. Ze heeft het verhaal ook verslonden, maar ze zag het als een thriller en gebruikte het als een goede aanleiding om de stad te ontdek ken. Ze is geboren in Indiana, geeft al vijf jaar rondleidingen in Parijs en is in oktober 2004 met de Da Vinci-rondleiding begonnen. Op de Quai Voltaire wijst de gids naar een langgerekt gebouw aan de overkant van de Seine: het Louvre onze volgende bestemming.
Op de eerste verdieping laat het museum in de Grande Galerie zijn fabelachtige Italiaanse schilderijen zien. Daaronder bevindt zich de eerste vrouwelijke glimlach uit de geschiedenis van de schilderkunst La Joconde, of de Mona Lisa. Da Vinci wacht op zijn bezoekers. Je kunt haar niet missen. Op elke zuil staan borden die de weg wijzen naar de Mona Lisa. In 2005 brachten 7,3 miljoen mensen een bezoek aan het museum, 10 procent meer dan het jaar daarvoor. Het Dan Brown-effect? De verhuurder van koptelefoons onder het doorzichtige glas van het hoge piramidedak heeft maar een geërgerd commentaar: 'O, kom niet aanzetten met die Da Vinci Code!' In de Grande Galerie hoor je veel bezoekers de namen 'Jacques Sauniere', 'Sophie Neveu', 'Robert Langdon' en 'Silas' fluisteren. Bij de hoofdingang van de Galerie kijken ze omhoog. In het boek schiet Silas met zijn pistool op Sauniere door 'een ijzeren hek' dat met een daverende klap uit het plafond valt. Maar er is niet zo'n hek. Fans van Da Vinci zijn ook teleurgesteld als ze ontdekken dat er geen raam in de toiletten helemaal aan het eind van de Galerie is; in het boek proberen Robert en Sophie aan de politie te ontsnappen door uit dat raam naar beneden te springen.
Fan van vrouwelijke principes
'Madonna in de grot', een ander werk van Leonardo, werd vroeger door veel bezoekers voorbijgelopen; nu komen er voortdurend mensen op af. Hier vindt de cryptografe een van de aanwijzingen die door de conservator zijn achtergelaten: een gouden sleuteltje, verborgen tussen de lijst en het doek. Toch is het met name de Mona Lisa die met hernieuwde belangstelling wordt bekeken en bestudeerd, vooral de geschilderde horizon achter Mona Lisa's gezicht, die links lager is dan rechts. Wat betekent dat? De held van het boek, Robert Langdon, is niet voor niets hoogleraar in de symboliek. Hij zegt: 'Van oudsher werden het mannelijke en het vrouwelijke element elk aan een eigen kant gezet: links is vrouwelijk, rechts is mannelijk. Omdat Da Vinci een grote fan van vrouwelijke principes was, maakte hij de Mona Lisa aan de linkerkant majestueuzer dan aan de rechterkant.'
Iris vertelt: 'Dat beeld van Leonardo da Vinci als "groot feminist" leidt Sophie en Robert naar een van de schokkendste geheimen uit de geschiedenis: het huwelijk van Jezus en Maria Magdalena, hun nakomelingen en de machiavellistische koppigheid van de katholieke kerk, die de rol van de vrouw wil minimaliseren ten gunste van een door mannen gedomineerde religie.' Dit is voor de vrouw met de blauwe jas aanleiding om te zeggen: 'Toen ik klein was, vroeg mijn vader zich af waarom Jezus geen kinderen had. Hij was toch ook een mens?' Het is allemaal mogelijk, herhaalt ze.
Op zijn officiële website (www.danbrown.com) is de auteur voorzichtiger: ‘ Op de pagina met "Feiten" wordt geen uitspraak gedaan over de oude theorieën die door romanpersonages worden besproken. Het is aan de lezer die ideeën te interpreteren.’ Iris zegt er zelf geen behoefte aan te hebben argumenten regen de theorieën aan te dragen: 'Ik weet dat de mensen die aan mijn rondleiding deelnemen graag mogen zoeken. Ik wil ze bij dat zoeken alleen wat op weg helpen.'
De fantasie leeft nog steeds
Op de binnenplaats vormt een gat met een doorsnede van 12 centimeter een nader bewijs van de Da Vinci Code-manier: er is daar een gouden medaillon van de Parijse meridiaan verdwenen. In plaats daarvan zien we wat grassprieten en sigarettenpeuken. ‘Gestolen door een bewonderaar ' zegt Iris. Tien over een 's middags. Iris neemt afscheid met een lichte buiging. De toeristen, nog helemaal verdiept in de fantasie van Dan Brown, zwijgen enkele ogenblikken alsof ze naar een stem luisteren 'die omhoog fluistert vanuit de diepten van de aarde. Het moment gaat voorbij, en ze applaudisseren.
