Karies
...
Isabel Allende: Leven met Extremen
Dit is het vervolg van het Leven met Extremen artikel.
Boekenbuzz: Het lijkt erop dat uw leven wordt gekenmerkt door extremen ...
ALLENDE: Dat is waar. Er overkomt mij van alles, zowel goed als slecht, en ik heb het geluk erover te kunnen schrijven en te kiezen hoe ik het tot uitdrukking breng. En als je iets vertelt, hervorm je het verleden, de herinnering, de realiteit, op zo’n manier dat ze aan je wensen voldoen. Wil je een leven in zwart en wit? Een gedeprimeerd leven? Een kleurrijk leven? Een legende? Wat wil je met je leven doen? Als je het vertelt, herschep je het.
Boekenbuzz: Maar u moet die aanpassing maken tijdens het schrijven, want u hebt wel eens bekend dat u uw boeken nooit overleest...
ALLENDE: Dat klopt. Het is een langzaam proces dat veel herzieningen vergt, tot je uiteindelijk de definitieve versie overhoudt. Soms lees ik hardop een hoofdstuk dat ik net af heb. Dan is bijvoorbeeld de toon niet goed, maar als je drie bijvoeglijke naamwoorden verandert, kun je de sfeer van de realiteit die je weergeeft al veranderen. Als ik in één hoofdstuk de ziekte en dood van Paula neerzet, kan ik dat vertellen als een verschrikkelijke tragedie of als een ervaring die ons heeft verenigd. Daardoor heb ik me verdiept in een spiritueel aspect dat ik nog nooit had behandeld.
Boekenbuzz: Denkt u er tijdens het schrijven soms aan of al uw lezers – ook die uit andere culturen – u wel zullen begrijpen?
ALLENDE: Niet echt, maar soms denk ik aan hen. Mijn laatste roman gaat bijvoorbeeld over de slavernij. Het begint in Haïti en eindigt in New Orleans en bevat veel Franse woorden. Ik zou natuurlijk een verklarende woordenlijst aan het eind kunnen toevoegen, maar dan zou het geen roman zijn. Hoe kan ik er zeker van zijn dat mensen uit andere culturen zullen begrijpen wat ik zeg in Haïtiaans Frans, dat in werkelijkheid Creools is? Je moet het zo formuleren dat de vertalers en de lezers het begrijpen. Daar denk ik wel veel over na.
Boekenbuzz: Waarom koos u het thema van de slavernij?
ALLENDE: Geen idee. Dat zijn dingen die ik doe zonder te weten waarom.Waarom heb ik vier jaar besteed aan een onderwerp dat niets te maken had met mijn verleden, of mijn land, of met het deel van het continent waar ik vandaan kom? Zelfs niet met mijn moedertaal? Toch was ik er obsessief mee bezig. In de jaren dat ik schrijf heb ik geleerd aandacht te schenken aan mijn instinct en aan mijn impulsen. Ik onderzoek iets. Ik weet niet waarom, maar om de een of andere reden moest ik dát verhaal vertellen en - niet het andere dat ik in mijn hoofd had. Dat speelde zich nochtans in Chili af en stond dichter bij mij. Het was bijna een familiegeschiedenis maar ik had er geen affiniteit mee. Met het verhaal over de slavernij lukte het wel.
Boekenbuzz: Het lijkt wel of u was voorbestemd voor deze wending in uw leven. Vijf Latijns-Amerikaanse uitgevers wezen uw manuscript voor Het huis met de geesten af. Als het boek in Latijns- Amerika zou zijn gepubliceerd, was uw leven misschien anders verlopen.
ALLENDE: Dat is waar, maar er waren ook andere bepalende factoren in mijn leven. Bijvoorbeeld dat mijn vader mijn moeder verliet toen ik drie jaar oud was. Dat dwong ons ertoe in het huis van mijn grootvader te wonen. Mijn kinderjaren bij hem hebben absoluut een stempel op me gedrukt.
Boekenbuzz: In welk opzicht?
ALLENDE: Op mijn karakter, mijn persoonlijkheid en gewoonten, door zijn stoïcijnse kijk op de wereld. En van hem kreeg ik een enorme verzameling anekdotes die ik gebruikt hebt in alle boeken die ik heb geschreven. Ik had Het huis der geesten niet kunnen schrijven zonder die ervaringen in mijn opa’s huis. Toen trouwde ik en kreeg ik kinderen … Nee, wacht … Mijn moeder trouwde met een diplomaat en we begonnen veel te reizen. Dat was niet mijn keuze, evenmin als de militaire staatsgreep waardoor ik Chili moest verlaten. Mijn huwelijk met Willy was mijn beslissing, maar wat me naar de VS bracht waren omstandigheden, het lot.
Boekenbuzz: Hoe heeft het feit dat uw vader u in de steek liet toen u heel klein was, u beïnvloed?
ALLENDE: Dat weet ik niet zo goed, maar het is een feit dat in mijn boeken de liefhebbende, altijd aanwezige vaderfiguur niet voorkomt … De vader is altijd een autoritaire figuur, gereserveerd, of hij is dood of hij is er eenvoudig niet. Er zijn sterke vrouwen en weinig vaders. Er zijn echtgenoten en minnaars, maar geen vaders. Ik denk dat mijn ervaringen als kind in eerste instantie een feministe van me hebben gemaakt. Ik had een natuurlijk wantrouwen tegenover mannen. Later kreeg ik wel vertrouwen in hen, door mijn zoon Nicholás en door Willy. Ik weet dat Willy me niet zal teleurstellen. Wat er ook gebeurt, hij zal er altijd zijn, als een burcht. Ik denk dat ik nu eindelijk de sterke vaderfiguur heb gevonden die ik als kind nooit gekend heb.
Boekenbuzz: Het moet erg moeilijk voor u zijn geweest ...
ALLENDE: Mijn moeder had alle foto’s van mijn vader vernietigd en ze sprak nooit over hem. Het enige wat ze eens tegen me zei toen ik klein was: ‘Je vader was een erg intelligente man.’ Dat was alles. Ze vertelde nooit waarom hij was vertrokken, niet hoe of wanneer. Niets. Misschien was die volledige afwezigheid beter dan een klein beetje van hem hebben, omdat ik eenvoudig zonder hem leefde en hij voor mij niet bestond.
Boekenbuzz: Maar u moet iets van hem hebben geërfd.
ALLENDE: Mijn moeder zegt dat ik zijn scherpzinnigheid en zijn ironie heb. De humor van mijn vader was sarcastisch en dat is de mijne ook. Maar ik besef dat ik iemand enorm kan kwetsen als ik iets grappigs wil zeggen, dus heb ik geleerd mezelf te beheersen.
Boekenbuzz: Is het waar dat u geliefden raadpleegt die er niet meer zijn als bron van inspiratie en hulp?
ALLENDE: Ik zie geen geesten. Ik denk niet dat mijn grootmoeder op een wolk zit en het verkeer voor me regelt of me helpt. Mijn overleden dierbaren zitten in me: in mijn bloed, in mijn geheugen, in familieverhalen. Zij zijn mijn inspiratiebronnen. Elk van hen had speciale eigenschappen die ik bewonder en aanboor als ik hulp op dat gebied nodig heb.
Boekenbuzz: Kunt u dat uitleggen?
ALLENDE: In de culturele traditie van de indianen zijn totemdieren belangrijk. Je gaat alleen de bergen of de natuur in en in die afzondering kom je in contact met je totemdier. Bij Diego de la Vega, Zorro, is dat de vos. Wat zijn de kenmerken van dat dier? Het leeft ’s nachts, is scherpzinnig, valt aan en trekt zich terug. Het is geen hongerig beest dat doodt zoals een tijger. De vos vernedert liever de vijand dan hem te doden. Vele van deze eigenschappen komen voor in Zorro’s karakter en daarom heet hij zo. Op dezelfde manier heb ik mijn totemengelen. Dat zijn mijn grootmoeder, mijn grootvader, Paula en dierbaren die nog leven, zoals mijn moeder.
Boekenbuzz: En hoe gaat dat in zijn werk?
ALLENDE: Als ik bijvoorbeeld het idee heb dat ik iets niet kan, wend ik me tot mijn grootvader. Hij was een Bask en ‘ik kan het niet’ bestond voor hem niet. Je kon niet klagen of zeuren in zijn aanwezigheid. Als er iets gedaan moest worden, dan gebeurde dat, daar was geen discussie over mogelijk. De ijzeren discipline van mijn grootvader heeft me tijdens veel momenten van mijn leven geholpen. Als ik hem nodig heb, roep ik hem en zeg: ‘Tata, help me.’ Het is niet zo dat ik denk dat zijn geest zal komen: ik put dan uit de herinneringen aan mijn kinderjaren.
Boekenbuzz: En uw grootmoeder?
ALLENDE: Zij was een magisch wezen, helderziend, excentriek. Een vrouw die vandaag de dag in een psychiatrisch ziekenhuis zou worden gestopt. Die fantastische dame is een bron van inspiratie als ik schrijf en vastloop in de dagelijkse sleur: mijn grootmoeder verheft me. Alles kan worden bekeken vanuit een andere hoek, vanuit een ander perspectief. Paula helpt me met alles wat te maken heeft met andere mensen. Haar mantra was: ‘Mam, wat is het grootmoedigste gebaar dat je in dit geval kunt maken?’ Dat helpt me voortdurend. Ik denk altijd aan haar als ik een belangrijke beslissing moet nemen.
Boekenbuzz: Begon het liefdadigheidswerk dat u doet bij de dood van Paula?
ALLENDE: Ja. Toen ze was overleden en ik een boek over haar had geschreven, liet ik de inkomsten onaangeroerd. Alles ging op een afzonderlijke bankrekening, want ik wilde op geen enkele manier profiteren van die tragedie. Ik wist niet wat ik met het geld zou doen, maar ik wist dat ik op een gegeven moment een goede bestemming zou vinden.
Boekenbuzz: En hoe vond u die?
ALLENDE: In 1995 reisde ik met een vriend naar India en daar kreeg ik het idee een organisatie op te richten om vrouwen en meisjes te helpen. Toen ik de wrede behandeling zag die vrouwen en meisjes in veel delen van de wereld te beurt valt, dacht ik: dit is waar Paula mee bezig was en ze zou willen dat ik haar werk voortzet. Dus ik richtte de stichting op, maar er waren problemen omdat ik niet zo’n goede administrateur ben. Ik wist wel ongeveer wat ik wilde doen, maar ik plande het niet goed. En toen kwam ik in contact met Lori. Zij werd directeur van de stichting en transformeerde de boel. Lori is de ziel van de stichting, niet ik. Ik stop er het geld in, maar zij stopt er al haar organisatietalent in.
Boekenbuzz: Dus uw stichting heeft veel te maken met vrouwen?
ALLENDE: Het heeft te maken met vrouwen en kinderen in het algemeen, maar meer met meisjes dan met jongens. Kijk: twee derde van al het werk in de wereld wordt gedaan door vrouwen, maar zij hebben minder dan één procent van de middelen tot hun beschikking. Zoals u weet is dwangarbeid een vorm van slavernij, en het zijn altijd de vrouwen die het slachtoffer zijn. Van kleine meisjes die tapijten weven tot kinderen die in de velden in Nepal werken. Ze hebben hulp nodig. Tegen iedere twintig dollar die zijn bestemd voor liefdadigheidsprojecten voor mannen is er maar één dollar voor vrouwen…
