Karies
...
Monique van der Ven over Jan Wolkers
Dit het vervolg van het artikel Monique van de Ven over Jan Wolkers.

RD: Hoe reageerde Wolkers op uw verzoek Zomerhitte te mogen verfilmen?
Van de Ven: Kritisch. ‘O,’ zei hij door de telefoon. ‘Wil jij dat. Kún jij dat dan wel?’ Hij had al meer aanvragen gekregen om het boek te verfilmen. Ik stuurde hem Mama’s Proefkonijn, een film die ik tien jaar eerder had gemaakt met Johanna ter Steege en Olivier Tuinier. Het gaat over een biologe die met proefdieren werkt. Haar twaalfjarige zoon laat die beesten vrij. Daarmee richt hij enorm veel schade aan en helpt haar onderzoek naar God. Jan vond de film geweldig. Zo kreeg ik de rechten van Zomerhitte. Hij zei: ‘Jij moet het gewoon doen.’
RD: ‘Monique heeft visueel inzicht,’ zegt Edwin de Vries. Je mag de wereld graag kadreren: even met duim en wijsvinger een rondje maken en daar doorheen kijken.
Van de Ven: Ja, precies. Luciferdoosjes gebruik ik ook graag. Ik ben vanaf mijn studententijd een liefhebber van beeldende kunst. Ik keek graag naar werk van Jeroen Henneman of Jan Schoonhoven. Van de versimpeling en het lijnenspel van Henry Moore kon ik geen genoeg krijge In de filmwereld waren ze ook bezig met gekleurde vlakken verdelen,merkte ik.Met een rood gordijn, bijvoorbeeld. Ik weet nog dat cameraman Jan de Bont voor de film Keetje Tippel urenlang naar Breitners zat te kijken. Die lichtval, die sfeer, zo moest de film eruit gaan zien.
RD: Deed je dat ook met Zomerhitte?
Van de Ven: Ik maakte moodboards, ja. Ik scheurde plaatjes uit tijdschriften. Ik verzamelde kleuren, zoals in de impressionistische schilderijen van John Sargent: pastelachtige tinten van geel, roze en bruin waarin je de zomer voelt trillen. Dan kun je ook denken aan Willem de Kooning, omdat hij zo lustig en vet kon schilderen. Ik wil dat je in die bioscoopstoel het zilte van de zee kan ruiken. Lekkere kleuren, lekkere vrouw, lekkere man, mooi, aantrekkelijk, sensueel.
RD: Hoe heb je jezelf leren kennen als regisseur?
Van de Ven: Ik moest even wennen aan die rol. Het is nogal wat om dertig acteurs en zestig man crew aan te sturen. Maar ik voelde me al snel als een vis in het water. Ik ben een vrij druk persoon, maar op de set was ik uitermate geconcentreerd en georganiseerd. Wat wil ik per scène vertellen? Wat is überhaupt de premisse van de film? Daar waren we al snel uit: liefde is oorlog, maar liefde overwint ook oorlog.
RD: Bij de opnames van Turks Fruit kon het gebeuren dat Paul Verhoeven en scenarioschrijver Gerard Soeteman ’s nachts nog aan het script werkten. Dan kregen Rutger en jij losse velletjes papier om snel uit het hoofd te leren.
Van de Ven: Ja. Chaos. Op de set kon het ook behoorlijk rumoerig zijn, met gekrijs en gegil. Paul eist het uiterste van zijn mensen. Hij kon echt schreeuwen: ‘Die blik, die blik, ik wil die blik zien!’ Nou, oké, dan krijg je die blik. Ik kon daar goed tegen. En als het te veel werd, begon ik gewoon heel hard te huilen. ‘Nou ga je niet janken!’ riep hij dan. ‘Draaien!’Het zal wel zo horen, dacht ik. Wist ik veel dat Paul Verhoeven hartstikke starnakel gek was. Ik kan dat rustig zeggen, want hij is een van m’n beste vrienden. Amerikaanse acteurs werden ook gestoord van hem, maar achteraf hadden ze grote waardering. Omdat hij het beste in je losmaakt.
RD: Wat heb je geleerd van de regisseur Verhoeven?
Van de Ven: Voor de verfilming van Zomerhitte heb ik Paul om advies gevraagd. Waar moest ik op letten? Wat zijn de valkuilen? Hij zei bijvoorbeeld: zorg dat het verhaal altijd, altijd geloofwaardig blijft. En: wees niet te netjes, niet te braaf. Hij raadde me ook aan om alles wat los en vast zit te filmen. Bij demontage bepaal je dan of het materiaal bruikbaar is of niet. Nou, dat zijn fijne dingen om te horen. Paul is nu veel milder geworden, hoor. Hij snapt ook wel dat de confronterende manier niet altijd werkt. Ik heb jarenlang in Amerika gewoond, samen met mijn toenmalige echtgenoot Jan de Bont. In die tijd heb ik geleerd dat vertrouwen een sleutelwoord is. Als regisseur moet je ervoor zorgen dat een acteur voor jou door het vuur gaat. Dat hij zich overgeeft. Zo heb ik het ook met Sophie en Waldemar gedaan. Edwin en ik hebben die twee in ons leven betrokken.Veel samen eten, veel praten veel gerepeteerd. Heel gezellig. Een toptijd.
RD: Als actrice was je in feite al regisseur. ‘Mag er een kwart oranje op die lamp?’
Van de Ven: Dat zei ik als het licht te hard was, ja. Vreselijk, hè. Vermoeiend was ik vroeger. Ik kan behoorlijk invaliderend zijn. Het is maar goed dat ik nu regisseur ben. Eindelijk mag ik me overal mee bemoeien en alles zeggen. Heerlijk!
RD: Wat was een mooi moment, bij de opnames van Zomerhitte?
Van de Ven: Het was een aaneenschakeling van mooie momenten. Zon, zee en zaligheid. Op het Texelse strand hebben we de mooiste shots gemaakt, met zeehonden en prachtige luchten. De acteurswaren geweldig. Dan moest Sophie, die arme schat, weer de ijskoude Noordzee in: geen probleem. Ze moest naakt: geen probleem. Ik dacht: waar heb ik dit aan te danken, al die lieve mensen om mij heen? Zelfs het weer werkte mee. Voor storm of regen hadden we een coverset, dan konden we binnen filmen. Nooit gebruikt. De goden waren met mij, echt waar.
RD: Het was natuurlijk niet alleen maar hosanna.
Van de Ven: Nee joh, schei uit. Ik heb nachtenlang gehuild, hoor. Van stress, van vermoeidheid. In de haven van Oudeschild hadden we ’s avonds een scène van de discotheek, op een boot. Lastige shoot, véél figuranten. Sommige acteurs moesten weg, dus er was tijdsdruk. Ik kreeg ook nog eens het bericht: zware storm op komst. ‘Doe er wat aan,’ riep een van de producers. ‘Je moet nú die shots maken en snel!’ Daar werd ik dus gek van. Maar ik was de regisseur! Ten overstaan van al die mensen – crew, cast, figuranten, pers – mocht ik natuurlijk niet de moed verliezen. Er daalde een ijspegelige rust over me. Gewoon draaien, shot voor shot. Ik ben en blijf een actrice, als het moet spéél ik de zelfverzekerde regisseur. Alles kwam goed, die storm is er nooit gekomen, maar ik lag daarna wel jankend in bed. Alle spanning kwam eruit.
RD: Waarom koos je voor de relatief onervaren Sophie Hilbrand?
Van de Ven: Omdat ze een goede test deed. Ervaring is niet zo belangrijk, die had ik bij Turks Fruit ook niet. Ik had haar als BNN-presentatrice in het Volkskrantmagazine zien staan. Dit is Kathleen, dacht ik. De sensualiteit, de openheid, de brutaliteit, de echtheid...
RD: ‘Sophie lijkt op Monique,’ zei Edwin de Vries. ‘Ze zijn allebei naturel, open en optimistisch.’
Van de Ven: Dat is waar. Ik hou van Sophie. Nooit zeuren, gewoon lekker dóen. Ze is een tomboy, een jongensachtig meisje, dat was ik ook altijd. Maar: kon ze spelen? Dat was natuurlijk de vraag. Ik was niet van plan op m’n bek te vallen. Tijdens de audities heb ik haar lastige scènes laten spelen. Daar redde ze zich goed uit. Ze speelt vanuit de buik, haar gevoel. Daarna hebben we met Waldemar de mise-en-scène gedaan. Spelen, spelen, spelen – totdat Sophie langzaam verdween en Kathleen tevoorschijn kwam.
RD: Jij hield van de camera alsof het een lover was. Je liet het beste van jezelf zien omhemte verleiden.Herkende je dat ook bij Sophie?
Van de Ven: Ja, de camera is ook dol op haar.We kennen haar natuurlijk van televisie – ik vind het echt een Sjeintje Boterkoek, dat meisje. Zo’n type wilde ik ook graag. In de film moest er toch wel iemand uit die zee komen. Niet voor niets zag Jan Wolkers Kathleen als de Venus van Botticelli.
RD: ‘Ik kon verliefd worden op Sophie,’ zei hij. Is zij het nieuwe Wolkers-meisje?
Van de Ven: Waarom niet? We hadden een fotosessie op Texel, in het atelier van Wolkers. Ik bedenk mij nu... na 35 jaar wéér in zijn atelier. Grappig. Nou, wie zit waar? Jan zat op een stoel, hij pakte ‘per ongeluk’ het been van Sophie: ‘O sorry, ik dacht dat het de stoelpoot was!’ Daarna zei hij: ‘Kom jij maar bij mij op schoot.’ Brutaal, hoor. Brutaal mannetje. Heerlijk. Zo deed hij dat bij mij ook.
RD: Tijdens de opnames van Zomerhitte, in mei en juni 2007, was Wolkers al te verzwakt om op de set te komen kijken. Wat had hij precies?
Van de Ven: Wondroos, bij zijn voet. Texel is niet zo groot, we reden vaak bij hem langs. Hij was zeer betrokken bij het project, hij lééfde ervoor. We hebben veel met elkaar gesproken en overlegd. ‘Niet te braaf hoor, Monique,’ zei hij dan. ‘Niet te truttig.’ Op een verloren moment zei ik dat Sophie de masturbatiescène maar zittend moest doen. Nou, geen sprake van! Eind augustus konden we nog twee extra dagen draaien, voor de laatste shots. We hadden haast, we moesten de laatste boot van negen uur halen,maar we konden nog net een dvd’tje met een paar gemonteerde scènes bij Jan en Karina afleveren. Ze zaten aan tafel. ‘We zijn net mijn crematie aan het bespreken,’ zei hij vrolijk. Ik zei: ‘Jan, hou eens effe op, dat kunnen we niet gebruiken!’ Daar moest hij erg om lachen. Twee maanden later stonden we bij zijn kist. De gek. Hij wist het, hoor. Hij wíst dat zijn einde naderde. We reden die late zomeravond om tien voor half tien van de boot. Jan belde meteen op: hij had het dvd’tje bekeken. Hij vond het geweldig, lyrisch was hij. Achteraf gezien is het erg jammer dat hij de film niet in volle glorie heeft mogen zien – hij is echt te vroeg gestorven. In oktober waren Jan en Karina bij de dokter geweest. ‘Ik ga dood, hè,’ zei hij. Hij was gewoon op. Door ouderdom was zijn lever verschrompeld. Ze hebben hem teruggebracht naar huis, daar heeft hij met de kinderen nog lekker in de kamer gezeten. Hij nam een boterhammetje en wilde naar bed. ‘Nu is het goed,’ zei hij. In slaap is hij in coma gegaan. Na twee dagen overleed hij.
RD: Turks Fruit en Zomerhitte – het is een wonderlijke spiegeling. Voor jou een tweede begin: niet voor de camera, maar achter de camera. Voor Wolkers was het ’t einde.
Van de Ven: Het kan nog gekker. Voor m’n vijftigste verjaardag kreeg ik van Edwin een tekening van Jan Wolkers uit 1952, mijn geboortejaar. Daar deed Jan een zeefdruk bij: ‘In vriendschap, voor Edwin en Monique.’ Wat was de titel van die zeefdruk? Zomerhitte. Drie jaar later verscheen het boek – dat ik mag gaan verfilmen. Hoe wonderlijk kan het gaan? Het leven gaat zoals het gaat, dat is typisch Wolkers. Zo is de dood van Jan ook oké. Het ismooi. Móói.
