A.C. Baantjer

Appie Baantjer, A.C. Baantjer
Werk: 
Auteur
Woonplaats: 
Medemblik
Relatie: 
Bezet
Hobby's: 
Modeltreinen, Varen, Wand

Appie (Albert Cornelis) Baantjer, de man die lezers jarenlang heeft weten te boeien met de avonturen van de Cock, had al een tijdje zijn schrijverspen (of typemachine) aan de wilgen gehangen. Maar de misdaadauteur laat genoeg achter met zo'n 80 (!) titels achter zijn naam. Zijn laatste boek De Cock en de dood in gebed was er in ieder geval een om nog van te genieten. Lees hier ons laatste interview met Baantjer.

Met groot verdriet melden wij dat Appie Baantjer na een kort ziekbed is overleden, hij werd 86 jaar.

Stuur door
Appie Baantjer en de zaak de Cock
Auteur's Biografie
Geertje Bos-Pouw
Baantjer alias De Cock

In Nederland zijn al bijna zeven miljoen 'De Cocks' verkocht. 'Je zou over mijn boeken kunnen zeggen: als je er één gelezen hebt, heb je ze allemaal gelezen, maar mijn fans denken daar anders over,' licht Appie Baantjer toe. In zijn speurdersromans over de Amsterdamse rechercheur Jurrian de Cock - De Cock 'met ceeooceekaa' - en diens onbezonnen assistent Vledder gaat Baantjer nog altijd uit van het principe: 'Ik leg gewoon ergens een lijk neer en dan zie ik wel wat ermee gebeurt'. Als voormalig rechercheur weet hij bij uitstek wat hij vervolgens met zo'n lijk aan moet.

Uit ervaring

Albert Cornelis Baantjer is op 16 september 1923 geboren op Urk, toen nog een eiland. Zijn vader, een uit Harlingen afkomstige visser, huwde er de oudste dochter uit een Urker gezin van elf kinderen. Appie kreeg een streng calvinistische opvoeding en ging iedere zondag trouw naar zondagsschool en de kinderkerk. Een paar jaar na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Amsterdam. Na de lagere school volgde hij aan de Frisoschool de driejarige ulo. Bert Swaanswijk, de latere dichter Lucebert, was er een van zijn klasgenoten.

Als jongste bediende van een handel in spijsoliën en vetten had Baantjer eind jaren dertig 'een verschrikkelijke tijd'. Vaak was er niet eens tijd om te eten voor hij naar de avondschool ging. In 1942 nam hij, als twintigjarige vrijgezel, vrijwillig de plaats in van een collega, een vader van twee jonge kinderen, die door de Duitse bezetter was aangewezen voor tewerkstelling in Duitsland. Hij kwam terecht op het hoofdkantoor van het Kruppconcern in Essen, in het hart van het Ruhrgebied, en werd zelfs in de cel gegooid toen bleek dat hij verlofbriefjes had vervalst. Na de bevrijding terug in Amsterdam, belandde hij min of meer in een vacuüm.

Politie? Liever niet

In een interview reageert Appie op de vraag of hij al van jongs af aan bij de politie wilde: ‘Welnee, helemaal niet! Ik heb me eigenlijk vroeger nooit zo om mijn toekomst bekommerd. Ik had wel een paar ooms in het onderwijs en dat leek me wel wat. Maar we waren thuis zo arm als de mieren. Dus een opleiding aan wat tegenwoordig de pedagogische academie heet – vroeger heette het de kweekschool – daar is toen niets van gekomen. Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit en ben ik in Duitsland beland. Nadat ik terugkwam wist ik in het begin helemaal niet wat ik wilde doen. Ik wilde naar Nederlands-Indië. Daar waren de Jappen, die wilde ik wel wegjagen daar, weet ik veel waarom. Maar dat vonden mijn ouders blijkbaar niet zo'n goed idee. Op een dag kwam mijn vader thuis met een brief en zei tegen me: “Appie, je moet morgen op het hoofdbureau van politie in Amsterdam verschijnen.” Ik vroeg: “Wat moet ik daar doen, vader?” Hij antwoordde: “Ze willen je gezicht zien.” Ik reageerde: “Maar ik heb niets uitgespookt.” “Nee,” zei hij toen, “ik heb voor je gesolliciteerd.” Zo kwam ik bij de politie terecht, in 1945.’

Op de vraag of zijn eerste boek Vijf maal acht grijpt in opnieuw zal worden uitgebracht, antwoordt Baantjer: ‘Nee hoor, dat was een slecht boek. Het is wel een collectors item geworden. In 1948 werd in Amsterdam een 5 x 8 opgericht, een telefoonnummer dat je kon draaien en dan kreeg je politie bij je voor de deur. Dat waren grote Amerikaanse sleeën en je kreeg een opleiding als chauffeur. Dat was helemaal nieuw, een radioverbinding met centrale post. We kregen ook veel journalisten mee, omdat het een hele populaire dienst was. Als ik de volgende dag in de krant las wat die journalisten van mijn verhaaltje hadden gemaakt, dan dacht ik: “Dat is toch niets! Ik doe het beter”. Toen heb ik met mijn collega, met wie ik 's avonds de radiowagen bestuurde, een boekje geschreven: 5 x 8 grijpt in! Er zijn er, geloof ik, tweeduizend van gedrukt, waarvan er duizend bij De Slegte zijn terecht gekomen. Nee, die breng ik niet meer opnieuw uit.’

Menselijke personages
Na een opleiding tot rechercheur begon Baantjer zijn achtentwintigjarige loopbaan op bureau Warmoesstraat, in het hartje van de oude binnenstad. Ten tijde van zijn komst, in 1954, had het bureau circa elfhonderd misdaden per jaar te verwerken. Twintig jaar later was dat aantal opgelopen tot twintigduizend. Door zijn humane, 'faire' optreden heeft hij zelfs bij de penoze nooit echte vijanden gemaakt.

Met het schrijven van verhalen over zijn belevenissen is hij vooral uit onvrede met de verplichte processen-verbaal begonnen. Toen hem werd verzocht een serie detectives op te zetten rond eenzelfde hoofdpersoon, creëerde Baantjer De Cock. De naam 'De Cock' is gebaseerd op Den Haan, die op de Warmoesstraat werkte toen Baantjer begon te schrijven. Den Haan had in het verzet gezeten en werd 'Le Coq' genoemd (Frans voor 'de Haan'). Op het bureau werkte ook een jonge inspecteur die zich altijd voorstelde met 'Hock met ceekaa'. Deze twee personen werden bij elkaar gevoegd tot 'De Cock met ceeooceekaa'. De persoon De Cock is voor een groot deel gebaseerd op de mens Baantjer zelf.

Lees hier ons laatste interview met Appie Baantjer. De Zaak Appie B.

""