Eternal Sun
...
Andre Aggasi
Sinds 2006 zien we Andre Aggasi niet veel meer op de tennisvelden. Later blijkt ook waarom, als in 2009 zijn autobiografie (Open) met enkele opzienbarende details uit zijn leven wordt uitgebracht. Zo blijkt Andre nooit zo zot zijn geweest op het spelletje waarin hij jaren lang zo excelleerde. Hij ging kapot aan zijn eigen succes, ze huwelijk liep op de klippen en is er zelfs een periode geweest dat hij aan de drugs was. Maar nu heeft hij rust gevonden en verteld openlijk over deze periode.
Stuur doorDe charismatische tennisser heeft een intensieve carrière achter de rug, maar is pas 40. Andre Agassi vertelt openhartig over zijn sport en vooral over hoe het is omeen zoon van zijn vader te zijn.
Boekenbuzz: De wereld kent u als tennisser. Onlangs verscheen uw autobiografie. Het boek heet ‘Open’ en het is inderdaad ...
AGASSI: Als proftennisser heb ik altijd een publiek leven geleid, en veel van wat over mij geschreven werd was gewoon fout, zowel goede dingen als slechte. Ik wist de weg op de tennisbaan, maar niet in de wereld daarbuiten. Ik wist niet goed wie ik zelf was. Hoe konden anderen dat dan weten? Ik was een vat vol tegenstrijdigheden die ik niet kon verklaren.
Boekenbuzz: En hebt u Andre Agassi intussen begrepen?
AGASSI: Ik begrijp hem elke dag iets beter, en ik deel mijn leven met de mensen die ik vertrouw.
Boekenbuzz: Uw vader staat bekend als een autoritaire leermeester. Het tenniscircuit was uw slagveld, en u werd daar vrijwel op vermorzeld. Waarom rekent u in uw boek niet sterker af met uw vader?
AGASSI: Mijn vader is onvoorstelbaar loyaal. Ik zou willen dat hij minder van me hield. Hij heeft echt een hart van goud. Hij was alleen op zoek naar de kortste weg naar de Amerikaanse droom ...
Boekenbuzz: ... en op die weg lag uw succes.
AGASSI: Mijn vader had een plan en je kunt je niet voorstellen hoe gedisciplineerd hij is. Ik weet niet hoe hij het deed: twee banen, vier kinderen, uren achter elkaarmet ons op de tennisbaan staan, al die krankzinnige discipline. Hij heeft veel positieve kanten.
Boekenbuzz: Maar u werd twee decennia lang door de negatieve kanten overheerst.
AGASSI: Ik vroeg hem eens: ‘Papa, hoe ben je omgegaan met alles wat de mensen over je zeiden, over hoe je dingen deed, hoe je met jezelf omging, en met ons? ’Hij zei: ‘Het kan me niet schelen wat anderen over me zeggen. Als ik het over kon doen, zou ik alles precies hetzelfde doen. Met een uitzondering: ik zou jou niet meer laten tennissen, maar je op golf doen of honkbal. Die sporten had je langer kunnen volhouden en dan had je meer verdiend.’
Boekenbuzz: Leuk …
AGASSI: Je moet hem begrijpen.Mijn pa groeide als Armeense christen op in het islamitische Iran. Hij moest elke dag vechten tegen de wereld. Hij had een moeder die hem slecht behandelde, die hem zelfs dwong in meisjeskleren naar school te gaan. Hij leerde al heel vroeg dat hij niemand kon vertrouwen. Toen hij daarna naar de VS kwam sprak hij geen woord Engels, maar op een of andere manier wist hij zijn school af te maken. Die man heeft nooit in zijn leven kunnen kiezen; hij wilde dat wij, zijn kinderen, alle kansen kregen die hij niet had gehad. De ironie wil dat hij ons daarbij geen enkele keuze liet. Hij was zo arm dat succes helemaal niets voor hem betekende als hij er geen geld mee kon verdienen. Een kans hebben betekende dus maar een ding voor hem: geld.

Boekenbuzz: U hebt twee kinderen met de Duitse tennisster Steffi Graf. Hoe doet uw vader het als grootvader?
AGASSI: Dat gaat wel. Hij zegt in elk geval precies wat hij vindt.
Boekenbuzz: Wat zegt hij dan?
AGASSI: Mijn zoon was eens met hem aan het tennissen en sloeg een bal tegen hem aan. Mijn vader keek hem aan en zei: ‘Als je dat nog één keer doet trap ik je zo hard tegen je kont dat je twee weken niet naar de wc kunt.’
Boekenbuzz: En toen was uw zoon van streek?
AGASSI: Hij gaf geen kik. Hij wilde alleen weten of iemand het echt kon overleven als hij twee weken niet naar de wc ging. Geloof me, we hebben allemaal een goede verhouding met mijn vader. Tegen mij doet hij zoals hij altijd gedaan heeft. Hij loopt me constant advies te geven. Vroeger ging dat over tennis, nu gaat het over kinderen opvoeden, overwat ik, volgens hem, beter zou kunnen doen als vader.
Boekenbuzz: Weet u wat ik niet begrijp? Als tennisser hebt u in een profcarrière van 20 jaar alle belangrijke toernooien gewonnen, en de Olympische gouden medaille. U werd de hoogst geplaatste speler ter wereld. En nu beweert u in uw boek dat u tennis haatte.
AGASSI:Om mij te begrijpen moet je je iets kunnen voorstellen bij de druk waaronder ik als jongetje al leefde. Bij ons thuis hing de sfeer altijd af van of ik goed of slecht getraind had, of ik gewonnen had of verloren. Dan aten we samen of iedereen maakte iets voor zichzelf klaar. En uiteindelijk werd de inzet steeds hoger, want het ging om een hoop geld. Ons inkomen steeg, maar aan de manier waarop wij als gezin met elkaar omgingen veranderde niets. Verliezen betekende dat alle anderen eronder leden, want mijn vader accepteerde onder geen enkele omstandigheid een nederlaag. Toen ik vier was merkte ik dat mijn vader ruzie maakte met mijn oudere broers en zussen als zij verloren. Als ik naar hun wedstrijden ging was ik voortdurend bang dat ze zouden verliezen. Zij wonnen niet vaak genoeg, en ik was mijn vaders laatste hoop. Ik had talent, ik won, maar ik haatte alles eromheen.
Boekenbuzz: Op uw 13de ging u naar Florida, naar het tenniskamp van Nick Bollettieri. Dat was ver weg van uw vader. Maakte die scheiding het makkelijker voor u?
AGASSI: Ik wilde er niet heen, was als de dood. Het leek wel een strafkamp, afschuwelijk. En het ergste was: ik was 5000 kilometer van
Boekenbuzz: Want plotseling, op uw 16de, werd u een wonderkind en tennisprof. Voor ons als toeschouwers was die opstandigheid alleen te zien aan de manier waarop u zich kleedde: u liep in kleurrijke vodden. U wilde opvallen. Maar een tiener die tennis haatte zou de zaak eerder laten versloffen.
AGASSI: In die tijd zag ik tennis nog niet als een manier van leven, maar het maakte mijn leven wel wat aangenamer. Ik kon stappen met mijn broer, geld uitgeven en eten in goede restaurants. Dat verzachtte het leed enigszins.

Boekenbuzz: In uw autobiografie vertelt u dat u op een gegeven moment besloot alleen nog maar voor uzelf te spelen. Wanneer was dat?
AGASSI: In 1997, toen ik 27 was. In die tijd speelde ik zo slecht: ik was als 141ste geplaatst op de wereldranglijst en moest een wild card accepteren om te kunnen spelen in een toernooi in Stuttgart. Brad Gilbert, die toen mijn coach was, kon niet omgaan met mijn tanende succes. Hij riep mij en het team bij elkaar in zijn hotelkamer en zei: ‘Je stopt ermee, of we beginnen helemaal opnieuw. En we gaan hier niet weg tot jij een besluit genomen hebt.’ Ik hield niet van mezelf en ik stond onverschillig tegenover wat ik had bereikt.
Boekenbuzz: U was sinds 1986 prof, dus in 1997 zat u al elf jaar in het vak. Zowel op sportief als op zakelijk gebied had u al zoveel bereikt dat u niet meer hoefde te werken.
AGASSI: Klopt. Ik zei tegen mezelf: Je kunt nu direct stoppen. Je hebt alles wat je nodig hebt: geld, een vrouw, en je bent eindelijk vrij. Beter kan het niet worden. Maar toen realiseerde ik me dat ik nu op een punt was beland waarop ik eindelijk zelf kon bepalen wie ik als tennisser wilde zijn. De hamvraag was: Waarom zou ik doorgaan met spelen? Ik vond daar een antwoord op toen ik mijn school oprichtte ...
Boekenbuzz: ... de Andre Agassi Foundation, waar kinderen uit een zwakke sociale omgeving worden getraind en ondersteund.
AGASSI: Op die school ontdekte ik hoe levens ten goede kunnen veranderen. Vanaf dat moment speelde ik voor mijn leerlingen. Ik zei tegen mezelf: ‘Tennis blijft zwaar, zwaar voor je hoofd, maar je speelt nu voor iets blijvends, iets dat belangrijker is dan je eigen behoeften.’
Boekenbuzz: In de tweede fase van uw carrière veranderde dus niets. U had alleen meer succes.
AGASSI: Dat klopt helemaal. Ik ben een wandelende contradictie.
Boekenbuzz: U ging weer spelen, niet voor uzelf, maar voor anderen, voor iets anders.
AGASSI: Precies,maar dit keer voor een team waar ik achter kon staan, voor iets dat me voldoening gaf.
Boekenbuzz: Hoeveel tegenstrijdigheid staat u zichzelf toe als vader?
AGASSI: Dat weet ik niet. Dat zou je aan anderen moeten vragen, aan mijn vrouw, mijn kinderen.
Boekenbuzz: Hoe onderwijst u de kinderen?
AGASSI: Ik ben geen onderwijzer, maar ik probeer mijn eigen kinderen en de leerlingen op school te leren sympathiek te zijn. Ik wil hen laten zien wat het betekent om van je naasten te houden. Onderwijs, inclusief karaktervorming, betekent een enorme verbreding van je mogelijkheden.
Boekenbuzz: Bent u als vader toegeeflijker dan uw eigen vader was?
AGASSI: Reken maar dat ik erg veel eisend ben.
Boekenbuzz: Wat eist u?
AGASSI: Ik heb hele duidelijke ideeën over hoe onze kinderen zich moeten gedragen en hoe ze in het leven moeten staan. Ik hoop dat ze verantwoordelijkheid willen nemen, voor zichzelf en voor anderen.
Boekenbuzz: Wanneer bent u streng?
AGASSI: Als mijn zoon niet luistert, als hij iemand pijn doet of als hij zich niet netjes gedraagt. Dan word ik boos, soms heel boos. En dan zeg ik: ‘Pas op, want anders ...’ Maar hij hoeft niet bang te zijn voor een blijvende emotionele bestraffing. Ik eis veel, maar ik vergeef ook veel.
Boekenbuzz: Door het vermogen dat u en uw vrouw hebben opgebouwd hebben uw kinderen een financieel zekere toekomst. Hoe brengt u ze bij dat mensen hard moeten werken om hun doel te bereiken?
AGASSI: Ze zien ons niet als ouders die van alles voorzien zijn en er een luxe levensstijl op nahouden. Ze zien met hoeveel energie en toewijding ik dagelijks bij de school betrokken ben. Mijn zoon praat er met zijn vriendjes over, en zegt dan: ‘Mijn vader heeft een school voor kinderen die niet zoveel hebben’.

Boekenbuzz: Steffi Graf werd als tennisster gevreesd vanwege haar perfectionisme. U streefde ook altijd naar de perfecte slag.
AGASSI: Ja, we hebben dat allebei. In mij zal dat ook niet veranderen. Als ik besluit iets te doen, dan moet het perfect zijn, en dan maakt het niet uit of dat in de keuken is, iets voor het gezin, of in mijn werk.
Boekenbuzz: Uw vrouw is zeer georganiseerd.
AGASSI: Nou en of. Als we visite hebben zit Steffi geen minuut stil. Ze is overal tegelijk, zorgt voor iedereen. Om kwart voor 10 ’s avonds gunt ze zichzelf een kwartiertje om te ontspannen en dan gaat ze naar bed.
Boekenbuzz: Kunt u zeggen: Ik leef zoals een 40-jarige zou moeten leven?
AGASSI: Ik voel me eerder 60.
Boekenbuzz: En fysiek?
AGASSI: Zelfs mijn hart en mijn hoofd voelen ouder dan 40. Ik heb dan ook wel een leven gehad.





Reacties
Nog geen reacties geplaatst.