Arnon Grunberg

Arnon Grunberg Huid en Haar
Werk: 
Schrijver, columnist
Woonplaats: 
New York
Relatie: 
Bezet

Arnon Grunberg (Amsterdam, 1971) is een gevierde en vaak bekroonde romanschrijver. In 1994 verscheen zijn debuut Blauwe maandagen, gevolgd door onder andere Figuranten (1997), Fantoompijn (2000) en De asielzoeker (2003). Voor Tirza (2006) ontving hij zowel de Gouden Uil als de Libris Literatuurprijs.
In 2007 en 2009 verschenen respectievelijk het brievenboek Omdat ik u begeer en een bundeling van zijn reportages, Kamermeisjes & soldaten.

Klik hier voor het hele interview met Arnon Grunberg.

Stuur door
Wonderkind of enfant terrible?
Interview verschenen in Reader's Digest
Grunberg, Arnon
Huid en Haar Arnon Grunberg

Het wonderkind – of enfant terrible – van de Nederlandse letteren is veertig jaar geworden. Met zijn laatste roman Huid en Haar schreef hij alweer zijn tiende roman. The Life & Times van een schrijver met sterrenstatus: ‘Ik heb altijd heel sterk het gevoel gehad dat ik mijn ouders iets te bewijzen heb. Dat ik géén mislukking ben.’

Wat zou de zestienjarige Arnon Grunberg van de (bijna) veertigjarige Arnon Grunberg vinden? Wat is zijn eerste reactie?
‘Verbazing. De zestienjarige Arnon wilde acteur worden. Hij had verwacht dat de veertigjarige Arnon een geregeld leven zou hebben, een gezin met twee of drie kinderen. Met als woonplaats Amsterdam, misschien Berlijn, maar zeker niet New York. Er is veel veranderd, maar er is ook veel níet veranderd. Net als hij vind ik het prettig aan de zijlijn te staan, afstand te bewaren.’

‘Bij ons rook het naar Zyklon B in plaats van naar spruitjes,’ schreef je in jouw debuutroman Blauwe maandagen. Wat drukt dat zinnetje uit?
‘Toevallig raakte ik vanmiddag met iemand in discussie of je de oorlog als metafoor mag gebruiken. Bij ons thuis gebeurde dat heel vaak. Als ik luidruchtig de kamer inkwam, zei mijn vader: “Je komt binnen als de Gestapo.” Hij vond dat mijn moeder het aanrecht beter moest opruimen: “Je hebt een keuken als in Westerbork.” Zulke uitspraken waren voor mij niet vreemd; ik wist niet beter. Mijn moeder heeft Auschwitz overleefd. Mijn vader had op tientallen plaatsen ondergedoken gezeten. Maar ze vertelden nooit direct over wat ze hadden meegemaakt. Zo was de oorlog voor mij heel concreet, maar ook heel ver weg. Het was iets mysterieus.
‘Kinderen, nakomelingen, waren zeer belangrijk. Ik heb een acht jaar oudere zus. Na haar kreeg mijn moeder negen miskramen en eindelijk, eindelijk kwam ik. Mijn ouders waren superblij met mij. Ik moest dokter of advocaat worden! Maar bij zulke hoge verwachtingen stel je al gauw teleur. Eigenlijk kon ik alleen maar falen. Dat klinkt allemaal heel gruwelijk, maar je leert ermee omgaan. Het is erger als een ouder geen enkele verwachting heeft van zijn kind. Dan is dit toch nog complimenteuzer.’

Wat is de uitkomst van Arnon minus de schrijver? 
‘Bijna nul, denk ik. Een groot gedeelte van mijn identiteit ontleen ik aan het feit dat ik schrijf. Dat zorgt ook voor ordening van de dag, en voor tevredenheid. Ik kan bij veel dingen zeggen: wat mij nu overkomt is heel naar, het huis brandt af, maar ik kan er altijd nog over schrijven. Dat winstpunt heb ik niet meer als ik niet zou schrijven. Misschien moet ik dan een restaurant gaan beginnen, een oude droom, maar ik ben bang dat ik dan in een betekenisloze wereld terechtkom.’

Wat beschouw je zelf als jouw minst geslaagde roman?
‘Al mijn romans zijn geslaagd. Maar het filmscript Het 14e kippetje had me bespaard mogen blijven.’

‘Ik ben de eerste om toe te geven dat ik bang ben om te leven. Daarom schrijf ik,’ zeg je in een brief aan een ex-geliefde. ‘Mijn veldonderzoek voor mijn boeken, columns en verhalen brengt mij gevaarlijk dicht in de buurt van het leven, dat ik uit angst probeer te ontvluchten.’
‘Ik ontken niet dat er in mij een zekere levensangst zit. Dat je blij bent dat je de deur kan dichttrekken en een ochtend kan schrijven. Die eenzaamheid vind ik zalig.’

Literatuur staat op één, liefde twee?
‘Daar heb ik nooit een geheim van gemaakt. Daar hoef je toch niet over te zeuren? Het is momenteel nog erger. Eén literatuur, twee mijn moeder, drie mijn vriendin. Dat begrijpt ze ook wel. Hoop ik.’

Het wereldbeeld in jouw romans is doorgaans inktzwart. In De joodse messias: ‘De liefde moet zo smerig zijn als een gaskamer waaruit de lijken nog maar net met haken zijn getrokken.’ Waarom moet een lezer dit lezen? Wat willen jouw boeken verwoorden?
‘In het algemeen denken wij dat liefde iets heel moois en fijns is. Aan dat geromantiseerde beeld is veel te nuanceren en bij te stellen. De liefde is een transactie tussen mensen waarbij er veel misgaat. Ik bedoel: jouw daad van liefde kan door de ander als storend en vervelend en zelfs bedreigend worden ervaren. Liefde kan ook voor rampen zorgen.’

Lees hier het hele interview met Arnon Grunberg.

""

Fans van Arnon Grunberg