Eternal Sun
...
Bart Chabot
Bart Chabot is een Nederlands schrijver en dichter. Ook is hij actief op gebied van theater. In 2006 maakte hij theatervoorstellingen door het hele land, samen met Ronald Giphart en Martin Bril, met de show Giphart & Chabot met bril. In 2007 won Chabot zijn eerste literaire prijs, de Johnny van Doornprijs. Daarnaast is hij biograaf van Herman Brood, hij schreef Broodje gezond, Broodje springlevend, Brood en spelen en Broodje halfom. In september 2010 maakte Chabot in het programma Pauw en Witteman bekend dat er een tumor in zijn hoofd is geconstateerd.
Stuur doorEen moppentapper is zwaar verdacht. Het zijn meestal verkeerde mensen die jou in het café een samenzweerderig elleboogje geven, zo van: hé, hé, ken je deze? Hoe meer biertjes, hoe schuiner de moppen. Komt een gozer bij de hoeren... Dan denk ik al: oh my God, verschrikkelijk. Maar ik ben van nature een meegaand type. Ik wil dan best effe bemoedigend lachen, genoeg als beloning voor de mate van inspanning die de moppentapper zich heeft getroost, maar niet zo bemoedigend dat hij er nog eentje verteld.
“Cabaret haat ik ook.”
Ik ben zelf ook absoluut geen cabaretier. Dat zijn dus mensen die in essentie 'leuk' gaan staan doen - heel merkwaardig vind ik dat. En bleef het daar maar bij. Nee, tussen de regels door ligt er ook nog een boodschap voor de mensen k1aar. Het is allemaal heel kolderiek geweest, lachen-gieren-brullen, hou me vast, hou me vast, en dan komt: Het Gevoelige Lied. Gadverdamme, wat is dat strontvervelend, Ca-bah-ret, Dit is voor mij allemaal geen humor, weetjewel. Humor heeft naar mijn bescheiden mening te maken met het draaglijk maken van het zware stilleven dat wij allen moeten ondergaan.
Dat alles wat het bestaan in enigerlei mate aangenaam en onaangenaam maakt in wezen relatief en onbelangrijk is. Het betekent niets. Want we gaan toch dood.
Verhalen in de overdrive
Toen de paus overleden was, werd hij opgebaard in een kapel. Hij lag een beetje schuin, met zijn witte mijter en karmozijnrode kazuifel. Onder zijn voeten lag een houten blokje.
Dat zie je normaal bij vliegtuigen, zodat ze niet kunnen opstijgen. Later was dat houtje ook weg. Het liet mij niet meer los. Hier zat een eeuwenoude geschiedenis achter! Dat houtje was van een speciaal soort larikshout, al sinds l237 met grote zorg vervaardigd in een klein gehuchtje in de Dolomieten. Nou goed, absurdistische humor kan mij erg bekoren. Omdat het relativeert. De paus in goeie doen zou daar zelf ook om kunnen lachen, want het is natuurlijk niet mijn bedoeling het katholieke volksdeel te schofferen. Beledigende humor is zelden interessant.
Ik hou ook zeer van de hyperbool, de schromelijke overdrijving. Je maakt een verhaal zo groot dat het bespottelijk wordt. Ik ging mijn pasgeboren zoon aangeven op het Haagse stadhuis. Een blije beambte zegt goedemorgen, leuk, allemaal koek en ei, we begrepen elkaar uitstekend hij mij vooral. Ik zei dat mijn zoon Splinter moet gaan heten. 'Dat zal
niet gaan,' zei hij. 'Splinter is een niet regulier voorkomende naam.' Nee, zei ik, daarom juist. Jannen, pieten, klaasen en henken zijn er al genoeg, daar hoef ik er niet eentje aan toe te voegen. Gedoe en gezeur, weetjewel.
Nou ja, dat verhaal zet je dan in een overdrive en daar ga je. Ik beschrijf hoe die man naar achteren ging voor overleg met zijn superieuren en hoe hij op zijn schreden moest terugkeren, en dat hij na een telefoontje mijnerzijds tewerk is gesteld in het oosten des lands, alwaar hij tegenwoordig nachtwaker is op een inmiddels door de afloop van de koude oorlog met bezuinigingsmaatregelen getroffen opslagplaats voor mobilisatiekleding van de Koninklijke Luchtmacht, en dat zijn drie kinderen een pasje hebben gekregen om hem eens per jaar te mogen begroeten, een mogelijkheid waarvan zij tot op heden nog geen gebruik hebben gemaakt.
Grafteksten verzinnen
Understatement, dat is ook een geliefde vorm van humor. Daar zijn de Engelsen goed in, maar Herman (Brood) kon er ook wat van. Als geen ander kon hij spelen met zijn imago:
hij werkte zich op van niets tot grote armoe. Fantastisch toch? In mijn boeken over Herman valt veel te lachen. Het is eigenlijk een lange, uitgesponnen schelmenroman. Herman was een schelm, een boefie, een schavuit. We liepen samen een keer over de Albert Cuyp. Zegt een visverkoper: 'He Brood, ben je nog niet dood?' Herman kijkt hem aan, ziet het bordje 'Drie Haringen Voor Vijf Gulden' en roept keihard: 'Vijf haringen
voor drie gulden! ' Van alle kanten stroomden de liefhebbers toe en Herman liep grijnzend door.
In mijn gedichten speelt humor geen grote rol. Poëzie is een andere wereld, Er komt mij een regel binnenvallen die de deur opent naar andere regels. Zo'n sleutelzin kan zijn: ik had nooit geboren moeten worden. Of: ik schaam mij voor de ruimte die ik inneem. Dat zijn gedachten die tot de essentialia des levens behoren, zal ik maar zeggen. Het kan wel, humor en poëzie, maar het punt is: op papier slaat een grap al gauw plat. Weet je wat ik wel leuk vind? Grafteksten verzinnen. Je hele leven probeer je je te onderscheiden, dan is het natuurlijk niet de bedoeling dat je straks een saaie zerk op je borst krijgt gedeponeerd met dezelfde uniforme tekst als iedereen: rust zacht, of rust in vrede. Ik heb voor mezelf een aardige bedacht: laat je niet kisten.
Die sleutelzinnen komen natuurlijk ergens vandaan. In mij voel ik een enorme leegte. Mag ik wel bestaan? Mag ik de lucht inademen die anderen uitademen? Is het vanzelfsprekend dat mensen voor mij stoppen als ik over het zebrapad loop? Als je dat maar lang genoeg denkt, pleeg je op een dag zelfmoord. Humor is altijd mijn redding geweest. Humor is mijn wapen om te overleven. Ik ben in volle zee geflikkerd en tot mijn eigen verbijstering vind ik een dobberend stuk hout c.q. reddingsboei waarop met witte sierletters 'HUMOR' is gekalkt. Kijk, ik schrijf soms best iets zinnigs, als vader doe ik mijn stinkende best, ik ben loyaal en monogaam, maar in essentie kan ik mezelf niet serieus nemen.
Achter het behang
Soms voel ik me volkomen verrot. Altijd weer die gedachte van: ik wou dat ik er niet was, dat zou me een stuk beter bevallen. Ik ben nu eenmaal sterk onderhevig aan stemmingen. Op zo'n moeilijk moment frommelde mijn buurman een keer een krantenknipseltje door de bus. Daarin stond dat de botten van geruimde lijken naar België gaan alwaar ze worden verwerkt tot behangplaksel. Mijn geest kwam meteen tot leven.
Ik heb toen een gedicht geschreven over een man die zijn overleden vrouw laat begraven, maar zij lag niet in de kist. Nee, hij bracht haar lichaam naar België, Hij ging haar letterlijk achter het behang plakken, jaja, door het hele huis! Het wegwrijven van de bobbeltjes lucht zag hij als metafoor voor haar laatste ademtocht. Alles zit erin: het is grotesk, absurdistisch, sardonisch en leuk. Echt, dan leef ik weer helemaal op.



Reacties
Nog geen reacties geplaatst.