Karies
...
Maria Mosterd
Maria Mosterd en loverboys zijn sinds kort onlosmakelijk met elkaar verbonden. Sinds haar boek Echte mannen eten geen kaas uitkwam is ze in bijna ieder praatprogramma wel aan de tand gevoeld over haar ervaringen met de vermeende pooier, Manou. Hoe het afliep beschrijft ze in het vervolg, Bindi, waarin ze via verschillende hulpinstellingen haar leven weer probeert op te bouwen. Maar er wordt ook getwijfeld aan haar verhaal. Zo schreef Hendrik Jan Korterink in zijn boek Echte mannen eten wél kaas over Maria en wat er echt zou zijn gebeurt in haar leven.
Stuur door‘Als ik iets niet wilde, dan sloeg of trapte hij me, of zei hij dat hij mijn moeder en zusje iets aan zou doen. Of hij bedreigde me met een mes. De volgende keer was hij weer poeslief en zei hij dat hij me zo gemist had. Eigenlijk was ik gewoon bang voor hem. Ik deed alles wat hij vroeg. Op den duur kon ik gewoon niet meer zelf nadenken. Als hij zei dat ik moest gaan slapen, dan deed ik dat, als hij zei dat ik naar hem toe moest komen, deed ik dat ook. Ik wist niet meer wat ik zelf wilde, wat mijn lievelingskleur was of van welke muziek ik hield. Hij had me gewoon helemaal in zijn macht.’
Aan het woord is de nu 19-jarige Maria Mosterd. Van haar twaalfde tot haar zestiende was ze in de greep van een jongen die ze Manou noemt: een verknipte Afrikaanse mensenhandelaar die haar op het schoolplein wist te imponeren met mooie praatjes, een dure auto en een hoop bling-bling. Ze schreef er een boek over, Echte mannen eten geen kaas – Vier jaar in handen van een loverboy. Dat boek leest als een detective.
Het is bijna niet voor te stellen wat Maria heeft meegemaakt, en hoe snel ze verzeild raakte in een wereld van prostitutie, drugs, mensenhandel, criminaliteit en geweld.
Het begin allemaal op de eerste maandag van haar middelbare school. Op het schoolplein ziet Maria een groepje jongens staan van wie ze onder de indruk is. Ze wil graag wat meer spanning in haar leven, en dat voelt de leider van de groep feilloos aan, dus vraagt hij of ze met hem meegaat. Diezelfde vrijdag nog stapt ze in zijn auto, krijgt ze haar eerste joint en maakt ze al kennis met Manou’s harde hand. De maandag daarop wordt ze door hem ontmaagd, een dag later moet ze van hem met twee vrienden naar bed. Als ze dat niet wil, stompt hij haar in haar buik en bedreigt hij haar.
Zo glijdt Maria al heel gauw af. Voor ze het weet moet ze andere meisjes ronselen, drugspakketjes rondbrengen, valse paspoorten organiseren of toekijken hoe Manou gruwelijke dingen uitspookt met onwillige slachtoffers. Stribbelt ze tegen, dan wordt ze in elkaar geslagen of opgesloten in een kast. Tussendoor moet ze om de haverklap met Manou of zijn vrienden naar bed. Regelmatig zet zo’n figuur haar letterlijk het mes op de keel. Ook haar vriendin Nikki komt uiteindelijk in het circuit terecht. Maria heeft haar onder bedreiging moeten overhalen zich bij haar ‘vrienden’ aan te sluiten.
Als Manou Maria ten slotte met een vals paspoort de grens over wil smokkelen, weet haarmoeder dat net op tijd te verhinderen. Via een internaat en een pleeggezin komt ze uiteindelijk in een opvang in India bij haar positieven. En nu, nu gaat het naar eigen zeggen wel weer goed met haar. ‘Ik ga niet meer naar hem terug, nooit meer,’ zegt ze stellig. ‘Ik ben ook niet meer bang voor hem, of voor zijn vrienden. Ik heb wel wat anders te doen dan aan hem te denken. Hij doet me echt niets meer.’
Hoewel de ondertitel van haar boek suggereert dat Manou een loverboy is, ziet Maria dat zelf anders. ‘Voor mij is hij gewoon een pooier. Loverboys zijn mooie jongens die meiden versieren door ze met cadeautjes en aandacht te overladen. Dan wordt zo’n meisje verliefd en werkt hij haar de prostitutie in. Bij mij ging het heel anders. Manou was helemaal geen knappe jongen en ik ben ook nooit verliefd op hem geweest. Hij maakte alleen indruk op me, daarom ben ik met hem meegegaan. Hij werd door iedereen gerespecteerd en had veel macht. Ik was ook nog maar twaalf. Op die leeftijd ben je makkelijk te beïnvloeden.’
Jacqueline Kleijer, hulpverleenster bij Pretty Woman, een ambulante hulpverleningsinstantie voor meisjes die in de prostitutie verzeild zijn geraakt, erkent dat loverboys op allerlei manieren te werk kunnen gaan. ‘Ze ronselen meisjes op het schoolplein en in de disco, maar ook via MSN of Hyves. Daarbij zijn ze heel berekenend.
Ze haken precies in op wat zo’n meisje nodig heeft. Het ene meisje heeft geen vrienden, dus voor haar probeert de loverboy een vriend te zijn. Het andere meisje heeft geen geld, dus voor haar koopt de loverboy cadeautjes. Het volgende meisje heeft het thuis moeilijk, dus vertelt de loverboy aan haar over zijn eigen moeilijke jeugd. Kortom, hij speelt in op de zwakte van zo’n meisje.’
En dan gaat het al gauw mis. Of een meisje nu verliefd wordt of niet, ze raakt wel in de ban van haar loverboy. Die belooft haar vaak gouden bergen en probeert intussen een wig te drijven tussen het meisje en haar familie. Zo ging het ook bij Maria. ‘Manou deed naar mijn moeder toe heel aardig en beleefd, maar zei tegen mij dat hij haar haatte. Hij praatte voortdurend op me in, zei dat mijn moeder slecht was en mij niet kon geven wat ik nodig had, en dat hij, Manou, dat wel kon. Als je dat soort dingen maar vaak genoeg hoort, ga je ze nog geloven ook.’
Heeft een loverboy zijn slachtoffer voldoende in zijn greep, dan dwingt hij haar tot seks met derden onder het mom van ‘ik heb geen geld meer, ga jij nou even met hem naar bed, dan zal ik daarna iets moois voor je kopen’. Wil het meisje niet, dan wordt ze bedreigd of in elkaar geslagen, of dreigt de loverboy haar ouders iets aan te doen. Zo komt het meisje steeds dieper in de ellende terecht.





Reacties
Nog geen reacties geplaatst.