Karies
...
Rhoda Janzen
Rhoda Janzen is net veertig als haar man haar na vijftien jaar huwelijk verlaat voor een ander. Kort daarop krijgt ze een ernstig auto-ongeluk. Haar enige alternatief is teruggaan naar haar ouderlijk huis. In Lieve hemel. Hoe ik weer bij mijn ouders introk beschrijft ze op humoristische wijze hoe het is om als veertiger weer thuis te wonen bij haar strenggelovige ouders.
Lees ook 'over het schrijven van Lieve Hemel' waarin Rhoda Janzen vertelt hoe haar boek tot stand gekomen is.
Je vorige boek is een gedichtenbundel, Babel’s Stair, en gedichten van jou zijn gepubliceerd in tijdschriften en bloemlezingen. Was het moeilijk om de overstap van poëzie naar proza te maken?
Rhoda Janzen: Dwazen storten zich gewoon ergens in. Mijn hele volwassen leven heb ik de kunst van het poëzieschrijven bestudeerd, en doordat ik daar zo toegewijd aan ben, heeft het een serieuze kant die ik gelukkig niet voel tijdens het schrijven van non-fictie. Vanwege mijn opleiding hoor ik te weten wat ik doe als ik me met poëzie bezighoud. Maar ik heb nooit officieel non-fictie gestudeerd, dus kan ik mezelf makkelijk toestaan daar mijn eigen gang in te gaan. Dat is het mooie van onwetendheid.
Wat is het toch met die hoofdbedekking die veel mennonietenvrouwen dragen?
Rhoda Janzen: Dat vraag ik me nou ook af! De mennonieten zouden zeggen dat ze die dragen als publiekelijk teken van bescheidenheid. Mennonietenvrouwen willen namelijk van oudsher mannen niet verleiden met hun wereldlijke schoonheid.
Op welk punt van je spirituele reis ben je momenteel aanbeland?
Rhoda Janzen: We beschouwen het geloof vaak als steun in tijden van nood; we wenden ons er alleen toe als de bodem onder onze voeten wordt weggeslagen, zoals bij mij het geval was toen mijn man me verliet. Gek genoeg wordt het geloof steeds belangrijker voor me, niet minder belangrijk. Ik ben nog steeds spirituele en theologische zaken aan het verkennen en ga zelfs regelmatig naar de kerk. En dat terwijl niemand me ertoe dwingt! Ik sta er vaak versteld van dat ik als hoogleraar Engels non-fictie verkies boven nieuwe fictie… Met een knipoog naar Viktor Frankl: de boeken op mijn nachtkastje gaan allemaal over de menselijke zoektocht naar de zin van het bestaan.
Je verwijst in je memoires kort naar je keuze om geen kinderen te krijgen. Was dat een moeilijke beslissing?
Rhoda Janzen: Nick heeft in de eerste maand van ons huwelijk een vasectomie ondergaan. Dat was een gezamenlijke beslissing. Gezien zijn misère vonden we het onverantwoord om het risico te nemen dat hij zijn bipolaire stoornis door zou geven aan zijn kinderen. Ik hou van kinderen en heb me vaak afgevraagd wat voor moeder ik geweest zou zijn. Maar voor ons was de beslissing om geen kinderen te adoptéren moeilijker. We hebben ervoor gekozen om dat niet te doen omdat we geen stabiele ouderbasis konden bieden.
Maar ik mag mijn beslissing niet uitsluitend op Nicks toestand afwentelen. Weet je wat mij stoort? Dat we ons zouden moeten voortplanten omdat we dat nu eenmaal kunnen. Volgens mij zouden we een aantal proactieve, weloverwogen redenen moeten geven om een kind op de wereld te zetten. Als vrouwen het over hun biologische klok hebben, vraag ik me af wie dat bedacht heeft. Moeten mensen hun biologische behoeften niet beóórdelen in plaats van er alleen maar aan toegeven? Stel dat we alleen een baby willen om ons minder eenzaam te voelen en het idee te krijgen dat we nodig zijn? In dat geval gebruiken we iemand om een beter gevoel over onszelf te krijgen. Dat is tamelijk griezelig.
Je moeder is geweldig opgewekt en niet te stuiten. Heeft haar zonnige instelling ervoor gezorgd dat jij zo’n fantastisch gevoel voor humor hebt?
Rhoda Janzen: Absoluut. Ze maakt me vreselijk aan het lachen. Ze bekijkt de wereld met een verbijsterend ouderlijke blik. Pasgeleden reed ik met haar naar een familiereünie en toen nam ze een foto van me mee waar ik op stond alsof ik een liefdesbaby van Menno Simons en Spiro Agnew was – zonder commentaar, gewoon: Hier, ik dacht dat je deze afgrijselijke foto van jezelf wel leuk zou vinden! Daarna volgde een foto van mijn zus met een gezicht als een appeltaart en een enorme onderkin, als een uitlaat onder een bumper. Wat is dat toch met moeders? Hebben ze geen verstand? Als wraak maak ik foto’s van haar als ze een hoed op heeft. Ze heeft een bol hoofd en geen nek, en toch gaat ze rustig staan en mag ik haar fotograferen met elke willekeurige hoed op, zelfs met een schoudervulling uit de jaren tachtig op haar hoofd, die ik uit haar jas haalde.
Welke (auto)biografieën vond jij zelf ontroerend of inspirerend? Hebben ze invloed gehad op de manier waarop je die van jou hebt geschreven?
Rhoda Janzen: Een van de memoires die ik tot diep in de nacht heb gelezen was The Latehomecomer van Kao Kalia Yang, over de emigratie van de Hmong vanuit Laos naar de Verenigde Staten. Maar ik heb biografieën nooit echt als genre gelezen tot ik er zelf een geschreven had. Ik hield me altijd veel te druk bezig met poëzie. Nu vind ik het echter heerlijk om af en toe lekker met een biografie op de bank te kruipen. Wie houdt er nou niet van de droge humor van David Sedaris, het onderdrukte zelfmedelijden van Jeannette Walls en de breedsprakige zoektochten van Elizabeth Gilbert? Goed spul.





Reacties
Nog geen reacties geplaatst.