Eternal Sun
...
Rik Felderhof
Rik begint zijn carrière bij de radio. Eerst als verslaggever, later als presentator. In 1990 maakt hij de overstap naar televisie. Wat volgt is een hele reeks populaire programma's. Sinds 1996 presenteert Rik Villa Felderhof, waarmee hij in 1998 de TeleVizier-Ring wint. In 2002 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Recentelijk maakte hij samen met dieetgoeroe Sonja Bakker het boek Verleg je grenzen met Sonja en Rik. Eerder verschenen En het werd zomer, waarin Rik op zijn jeugd terugblikt en Koken in Villa Felderhof, waarin smakelijke recepten worden gecombineerd met 10 jaar Villa Felderhof.
Stuur doorWe zien hem in zijn programma's langsgaan bij mensen (‘De stoel') of gasten ontvangen ('Villa Felderhof’). Aan het woord is altijd de ander: de bijzondere, de bekende Nederlander. Rik Felderhof stelt korte vragen en geeft degene die tegenover hem zit alle ruimte om zijn verhaal te doen. Zelf blijft hij op de achtergrond. Wie is deze onbekende bekende Nederlander? Wist u bijvoorbeeld dat hij een uitstekende kok is, dat hij werkt aan een politieserie en dat hij ooit judoka Anton Geesink tegen de mat heeft geworpen? Rik Felderhof over zijn jeugd, zijn programma's, zijn levensvisie: 'Halverwege de berg is het uitzicht ook al mooi.'
JV: Kun je zeggen hoeveel programma's je hebt gemaakt?
RF: Duizenden, als ik de radio erbij optel. Ik heb bijna 17 jaar radioprogramma's gemaakt. Daarna 14, 15 jaar bij de televisie.
JV: De radiowereld is het nest waaruit je komt.
RF: Het was een warm nest. Dat krijg je door de radiostudio's: ze zijn intiem, gezellig, kleinschalig. Er is dat rode lampje en achter dat lampje en de microfoon zit de rest van Nederland. Een mysterie. Je zat daar dan 's avonds met een schemerlampje en je had een boek bij je. En dan lekker aankondigingen maken tot 12 uur. Dat had iets veiligs, iets knus.
JV: Hoe rolde je in het radiowerk?
RF: Ik was 20 en in mijn proefperiode als aspirant-omroeper bij de radio. Al na drie dagen had de echte omroepster zich verslapen. Toen stond ik er alleen voor en moest plotseling de zender op.
JV: Ik las een uitspraak van je: 'Er zijn momenten in het leven dat de trein van het geluk voorbijkomt en dan moet je snel instappen.'
RF: Ja, Ik had ook kunnen zeggen: 'Ik loop nog maar proef, zoek maar een andere omroeper, ik begin er nog niet aan. 'Maar ik wilde voor mezelf het gevoel hebben: ik heb er alles aan gedaan om dit te bereiken, want het was een avontuur. En in een keer zit je dan tussen de grote stemmen van Hilversum.
JV: Was het ook een avontuur, omdat je vader radioverslaggever was?
RF: Niet echt. Mijn vader was een erudiete, beschaafde, welgemanierde en rechtschapen man. Dat was drie Mount Everesten verder dan waar ik me bevond. Ik was recalcitrant. Ik wilde een avonturier zijn, niet zo' n nette meneer. Begrijp me goed, mijn vader was helemaal niet bekrompen, hoor, Hij heeft Kennedy geïnterviewd. Hij deed alle koninklijke begrafenissen en trouwerijen: hij was bij de kroning van Elizabeth II. Als jongetje vond ik mijn vader natuurlijk best spannend. Hij stond op vliegtuigtrappen, wij mochten hem uit zwaaien, dan ging hij naar Amerika.
JV: Je vader was een gereformeerde mannenbroeder. Speelde dat een grote rol?
RF: Een forse rol. Er werd altijd aan tafel gebeden, er werd in de bijbel gelezen. Maar we mochten op zondag wel fietsen en gezellige dingen doen, we waren niet van de zwartekousengemeente. Bijbellezen, dat had bijna iets feestelijks. De kachel snorde, je keek om je heen en probeerde elkaar stiekem aan het lachen te maken; ik heb twee zussen, ik ben de middelste.
JV: Je moeder was joods.
RF: Ja, maar tot mijn achtste wist ik dat niet. Er werd niet over gesproken. Zij durfde het grote drama niet aan te snijden en ze wilde ons niet belasten met de geschiedenis van de familie: haar moeder, mijn oma dus, is een van de weinigen die de oorlog heeft overleefd. We voelden dat we, uit respect, daar niet naar moesten vragen. Om haar te sparen, maar ook om onszelf te sparen. Ik wilde dat verdriet niet op mijn schouders hebben. Een beetje laf om het niet te willen weten, maar wel een goede zelfbescherming.
Ik heb met de Brinta-pap binnengekregen dat je verantwoordelijk bent voor wat er gebeurt, niet alleen in je eigen kring, maar ook daarbuiten. Soms kan ik een bijdrage leveren met de programma's.
JV: Kun je daar een voorbeeld van geven?
RF: Ik heb eens een priester geportretteerd die in z'n eentje, met giften, een tehuis was begonnen voor geestelijk gehandicapte kinderen op Java die verstoten waren door hun familie. Door die uitzending kwam er 250.000 gulden binnen. Dus ze hebben nieuwe slaapzalen kunnen bouwen, nieuwe wasgelegenheden, en er is nu een ponywagen voor de kinderen...
Verder ben ik ambassadeur van de Stichting Karibu. Dat zijn twee zussen uit Twente die een keer bij mij in de Villa zijn geweest. Zij hebben in Afrika een weeshuis opgezet voor straatkinderen en kinderen van wie de ouders zijn gestorven door aids. Bij die kleinschalige stichting ben ik betrokken, met zeer veel plezier.
JV: Je hebt zelf kinderen?
RF: Twee, een jongen van 19 en een meisje van 22. Mijn dochter doet een management opleiding, mijn zoon is net van de middelbare school. Hij is geïnteresseerd in communicatie, reclame, film.
JV: Wat voor soort opvoeder was je?
RF: Ik ben nogal zorgzaam. Ik heb mijn kinderen honderd keer uitgelegd hoe je moet oversteken en dat je in een hotel altijd direct moet kijken waar de nooduitgang is. 'Ja papa. dat weten we nou wel,' kreeg ik dan te horen. Nu gaan ze alleen op reis en zeggen ze: 'Pap, we vertellen het aan onze vrienden: eerst kijken waar de nooduitgang is.' Dus dat zit erin gebeiteld en dat stelt me gerust. Voor de rest heb ik geprobeerd om ze te laten zien dat je veel plezier kunt hebben in het leven, ook met niks, met bijna geen geld. Bijvoorbeeld met vuurtje stoken achter in de tuin en dan een maaltijd maken in oude pannetjes, met eieren en kaas en gepofte aardappelen.





Reacties
Nog geen reacties geplaatst.