Eternal Sun
...
Susan Smit
In een vroeger leven was ze fotomodel, dat leventje was ze zat, nu is ze een gerespecteerd auteur en journalist. Susan Smit, heeft met deze verse kijk op het leven inmiddels een aardige bibliografie weten op te bouwen. Haar drie romans: Elana's Vlucht, Wat er niet meer is en Vloed werden erg positief ontvangen. Gefascineerd door het spirituele, en met name de hekserij, reisde ze de wereld rond. In 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben neemt ze ons mee naar de mooiste spirtuele plekken op aarde. Haar vroege werk Heks verteld over haar persoonlijke zoektocht naar moderne hekserij.
Stuur doorHoeveel verschillende versies bestaan er van Susan Smit? Ze is het voormalige fotomodel dat zich tien jaar lang voegde in een wereld van uiterlijkheden. Maar ze is óók schrijfster van romans – die bestaan bij de gratie van innerlijke waarheid. Ze is de onafhankelijke journaliste die met ‘gezond wantrouwen’ de spirituele wereld onderzocht, om zich uiteindelijk te laten inwijden in de oudste natuurreligie van Europa. Als heks.
Leef in naam van je dromen, zegt de oude zigeunerin Jeta in Smit’s debuutroman Elena’s Vlucht. Voor de schrijfster zou het een levensmotto kunnen zijn. Haar dromen gaan over verhalen. Ze is recensente van Goedemorgen Nederland en presenteert voor Het Gesprek het boekenprogramma ‘Uitgelezen’, maar haar hart ligt bij het schrijven zelf.
Smit’s laatste roman Wat er niet meer is werd door een gerenommeerde auteur als Arthur Japin geprezen: ‘Een gloedvolle zoektocht naar erotiek, rouw en zielsverwantschap. Een ode aan de onvergankelijkheid van de liefde.’
Wie is Susan Smit? Op zoek naar de ziel en zaligheden van een geletterde en ongrijpbare dame.
V. Wat is tot nu toe jouw grootste inzicht in spiritualiteit?
A. Dat je bewust moet leven, nieuwsgierig en passioneel. Maar als je alleen maar veel beleeft, van de hoogste toppen tot de diepste dalen, ontwikkel je jezelf niet. Het is belangrijk dat je ook reflecteert, nadenkt. Het extraverte en het introverte – beide kanten zijn in mij redelijk goed verenigd.
V. Wat is je inzicht in de liefde?
A. Voor de liefde is totale overgave nodig. Hoe eng dat ook is. Dat heb ik nadrukkelijk moeten leren.
V. Grootste inzicht in de literatuur?
A. Door mijn verbeelding de vrije loop te laten ervaar ik een ongekende vrijheid. Dat is geluk. Dat is troost. Dat is verslavend.
V. Wat was je voor kind?
A. Springerig, dromerig, naïef. En populair – ik had altijd wel vriendinnetjes. Ik had het idee: de wereld ligt aan mijn voeten, alles is mogelijk. Vrij. Vrij. Ik verrijkte mijn wereld ook door veel te lezen. Stapels boeken nam ik mee van de bibliotheek, variërend van Thea Beckman tot Roald Dahl. Verhalen, avonturen, andere mensen, andere landen – ik vond het prachtig. Ik ging totaal op in de boeken van Rien Poortvliet. Geen sprake van dat die kabouters niet zouden bestaan!
V. Je zag dingen die anderen niet zagen.
A. Ik praat daar niet graag over. Het klinkt al gauw aanstellerig. Het was ook niet altijd leuk – stond er in de hoek van mijn kamer opeens een man in een donkere jas. Die keek naar mij. Observerend. Ik was niet bang, maar ik wilde wel het licht aanhouden, dan had ik het idee dat hij zich minder prettig voelde. Ik zag hem met een innerlijk oog. Zulke verschijningen heb ik later ook wel echt gezien. Gek genoeg met mijn lenzen uit. Ik heb min acht ofzo, ik ben een mol, maar ik kon ze haarscherp zien. Er bestaat een andere werkelijkheid. Niet tastbaar, niet verklaarbaar, maar wel voelbaar. Mijn opa is bij me. Hij overleed voor mijn geboorte, maar ik kreeg altijd een brok in mijn keel als mijn moeder met liefde over hem sprak. Ik dacht dan: ik heb toch geen recht op verdriet?
Maar ook al heb ik mijn opa nooit gezien, gehoord of geroken – ik ken hem, alsof hij een romanpersonage is. Ik lijk ook op ’m. Hij werkte in een drukkerij en had dezelfde liefde voor het woord. Hij heeft mij vaak behoed voor ongelukken. Ik lag op het strand en voelde een duwtje in mijn rug: ik moest overeind. Een seconde later klapte de houten parasol naar beneden. Die had anders recht op mijn gezicht gekomen. Zo kan ik nog wel tien voorvallen noemen.
V. Je groeide op in een ‘harmonieus gezin’. Later werd de sfeer onveiliger. Grimmiger.
A. Mijn vader dronk. Dat zorgde voor een hoop trammelant. Als hij ’s avonds thuiskwam, kon ik aan de wijze waarop hij over het tuinpad liep al zien hoe de avond zou verlopen. Meestal was hij depressief, boos op de wereld. Op het strand was hij de vrolijke levensgenieter, thuis kon hij zwaar op de hand en depressief zijn. Ik zie nog hoe mijn moeder, mijn broer en ik aan tafel zaten te wachten. Op pa. In spanning. Wachten met eten, daar heb ik nog steeds een vreselijke hekel aan.
Lees hier het volledige interview met Susan Smit






Reacties
Nog geen reacties geplaatst.