Wie is Rik?

Dit is het vervolg van het Wie is Rik? interview.

JV: Terug naar je werk. Wanneer begon je bij de televisie?

RF: In 1989. Maar in 1974 heb ik voor het eerst meegewerkt aan een tv programma,
'Kindervisie'. Ik maakte een reis met kinderen naar Afrika. Daarna heb ik een tijd geen televisie gedaan. Ik werd wel gevraagd, maar ik wilde niet. Ik dacht: het moet lijken op radio. Ik kan wel in een team werken, maar als ik zelf moet presenteren, dan wil ik de touwtjes in handen houden. Dan wil ik niet dat anderen voor mij gaan bepalen wat ik moet doen.

JV: Maar tijdens de interviews ben je weinig nadrukkelijk aanwezig.

RF: Ik nodig mensen uit om hun verhaal te vertellen. Ik ben een portretten maker, ik ben geen journalist die denkt: ik zal eens kijken wat ik uit jou kan wringen. Zou ik bij 'Netwerk' zitten, dan zou ik een gesprek met een minister anders aanpakken dan wanneer hij bij mij komt logeren in de villa in Zuid-Frankrijk. Bij 'Netwerk' gaat het om feiten en zijn scherpe vragen op hun plaats, daar ga je niet over z'n vrouw beginnen of over waar hij 's avond s in bed aan ligt te denken. Die dingen doe ik wel.

JV: Je hebt honderden mensen in je programma's gehad, die allemaal hun verhaal hebben gedaan. Wat doet dat met je?

RF: Hoe mensen omgaan met verdriet en teleurstellingen, dat vind ik boeiend. Dat ze doorgaan, dat ze sterker blijken te zijn dan ze van zichzelf hadden vermoed. En dan blijkt dat verdriet en teleurstellingen je verder hebben geholpen. Je hebt even stilgestaan, je hebt de tijd gekregen om om je heen te kijken en een ander pad te kiezen, dat je misschien niet had gekozen als alles gladjes was verlopen.

Waar de mensen hun kracht uit halen, daar vraag ik naar en daar leer ik van. Sommigen putten dat uit het geloof, sommigen helemaal uit zichzelf. De partner, kinderen – dat kan ook een doel zijn om door te gaan.

Ik heb een psychiater ontmoet, een vrouw, die in de 90 is maar zich nog gedraagt als een meisje van 17. Ik heb haar gevraagd: ‘Wat is voor jou het plezier in het leven, want de toekomst is beperk.’ Ze zegt: ‘Als je ouder wordt, dienen zich nieuwe dingen aan. Dat kan foto’s verzamelen zijn, of je richten op je kleinkinderen, of klassieke muziek.’ Dat vind ik mooi. Er zijn ook mensen die al niet meer verder willen als ze 60 zijn, die sterven terwijl ze nog leven.

Wat me ook boeit is de gedachte dat je geen rechte lijn hoeft te volgen, maar dat er zijpaden zijn die je kunt bewandelen. Sommigen willen alleen de top bereiken. Daar werken ze hard voor dat ze niet meer zien dat je onderweg ook kunt genieten. En als je het dan net even niet haalt, heb je het hele stuk naar de top toe niet geleefd. Bedenk: halverwege de berg is het uitzicht ook al mooi.

Dat hoeft niet te betekenen dat je niet hard werk. Ik durf van mezelf te zeggen dat ik hard werk, want ik ben een perfectionist. Ik probeer te slijpen tot de diamant aan alle kanten glinstert. En van dat slijpen kan ik er genieten.




Een stukje uit Villa Felderhof

JV: Je had het over mensen die van alles ondernemen, ook als ze ouder worden.
Wat doe jij?


RF: Wat ik nog wel eens wil doen, is drama. Ik heb met Chiem van Houweningen een politieserie bedacht, ‘Cuisine Criminelle’. Alles wat daarin gebeurt heeft te maken met eten. Iedere moord is te herleiden tot voedsel, tot de keuken, en dat kan ook de pantry zijn van een cruiseschip of een vliegtuig.

JV: Hou je van lekker eten?


RF: Ja, ik zit bij Cuisine Cullinaire. In koksuniform loop ik daar rond om gerechten te bereiden. Ik kan ijs maken, dat heb ik als jongetje geleerd, toen ik in de vakanties werkte bij een ijssalon in het Gooi. Die kookclub is een club mannen, uit het zakenleven, advocaten, accountants. Een soort Bourgondische Rotary.

JV: Het Bourgondische past wel bij jou.

RF: Ja. Ik ben zuidelijk, mediterraan. Ik hou van Italiaanse maaltijden in de boomgaard, met heerlijke wijnen. Ik ben een genieter met een neiging tot melancholie. Ik verlang naar de tijd dat alles weer simpeler was, toen bij iedereen de achterdeur altijd openstond, toen je elkaar kon vertrouwen. Ik vind ook dat het levenstempo tegenwoordig te hoog ligt. Wat er in onze hoofden gebeurt, gaat trager dan onze technische mogelijkheden. We gaan zo snel, we doen dingen waar we innerlijk, met ons gevoel en met onze ziel, nog niet aan toe zijn.

JV: Dat je kok bent, zal niet iedereen weten. Wat ook niet iedereen zal weten is, dat je ooit Anton Geesink tegen de mat hebt geworpen.

RF: Toen was ik een jongetje van tien of twaalf. Alle judokampioentjes mochten vechten tegen de olympisch kampioen. Mijn vader zat in de zaal en riep: 'Rik, je kunt hem hebben!' Dat vond ik zo fantastisch: die humor en dat blinde vertrouwen dat een oud er zijn kind schenkt, Ik denk dat Geesink die kreet heeft gehoord. Hij, die gigantische man, vond het leuk om mij, zo'n klein kereltje, te laten winnen. Het was ook een demonstratie : judo is zo’n prachtige sport, omdat je gebruik kunt maken van de kracht van je tegenstander, ook al is-ie vele malen sterker en groter.

JV: Van de judoka Rik Felderhof is weinig meer vernomen. Maar als programmamaker heb je de TeleVizierRing gekregen, en in april werd je geridderd: je werd Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hoe was dat?

RF: Burgemeester Job Cohen zei bij de uitreiking: 'U krijgt deze onderscheiding, omdat u op een integere manier met mensen omgaat. Dat begint in deze wereld bijna bijzonder te worden.' Dat vind ik mooi, want uit mijn werk werd een element gehaald dat ik veel belangrijker vind dan roem en succes.

Ga naar het profiel van Rik Felderhof